BWBR0004941
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 5
Regeling open rondvaartboten
1. Er kan voor open rondvaartboten bij gebruik op de binnenwateren van zone 3 door de inspecteur-generaal voorgeschreven worden, dat zij na vollopen voldoende reservedrijfvermogen bezitten. Dit reservedrijfvermogen wordt voldoende geacht indien het schip in volgelopen toestand nog een vrijboord van ten minste 0,05 m heeft.
2. Voor open rondvaartboten welke met uitzondering van de gangpaden geheel zijn voorzien van vast opgestelde zitbanken, kunnen bij gebruik op bepaalde binnenwateren van de zone 4, de volgende afwijkingen van de regelen van artikel 4.01 van bijlage III van het Binnenschepenbesluitworden toegestaan:
a. de in artikel 4.01, tweede lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluit genoemde invloed van een winddruk en van een middelpuntvliedende kracht veroorzaakt door roergeven behoeve niet in rekening te worden gebracht;
b. voor de in artikel 4.01, vierde lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluit genoemde dwarsscheepse verplaatsing van de helft van het toegestane aantal personen kan worden uitgegaan van het plaatsen van een vierde deel van het toegestane aantal personen aan een uiterste scheepszijde en een vierde deel van het toegestane aantal personen op het midden van het schip. Daarbij kunnen een geringer resterend vrijboord en een geringere resterende veiligheidsafstand worden toegestaan.
2. Voor open rondvaartboten welke met uitzondering van de gangpaden geheel zijn voorzien van vast opgestelde zitbanken, kunnen bij gebruik op bepaalde binnenwateren van de zone 4, de volgende afwijkingen van de regelen van artikel 4.01 van bijlage III van het Binnenschepenbesluitworden toegestaan:
a. de in artikel 4.01, tweede lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluit genoemde invloed van een winddruk en van een middelpuntvliedende kracht veroorzaakt door roergeven behoeve niet in rekening te worden gebracht;
b. voor de in artikel 4.01, vierde lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluit genoemde dwarsscheepse verplaatsing van de helft van het toegestane aantal personen kan worden uitgegaan van het plaatsen van een vierde deel van het toegestane aantal personen aan een uiterste scheepszijde en een vierde deel van het toegestane aantal personen op het midden van het schip. Daarbij kunnen een geringer resterend vrijboord en een geringere resterende veiligheidsafstand worden toegestaan.