BWBR0004941
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 13
Regeling open rondvaartboten
1. Bij een ten hoogste toegestaan aantal passagiers van 25 of minder moet ten minste één reddingboei en bij een aantal van meer dan 25 ten minste twee reddingboeien aanwezig zijn. De reddingboeien moeten van een lijn met een lengte van ten minste 20 m zijn voorzien en zodanig zijn opgeborgen, dat zij voor onmiddellijk gebruik gereed zijn.
2. Voor alle passagiers moet individuele of collectieve reddingmiddelen aan boord zijn. Drijvende zitkussens worden als reddingmiddel beschouwd indien zij:
een draagvermogen in zoetwater van ten minste 7,5 kg hebben;
bestand zijn tegen olie, olieproducten en temperaturen tot 50°C;
van een grijplijn zijn voorzien en
niet aan het schip zijn bevestigd.
3. Er kan voor open rondvaartboten bij gebruik op bepaalde binnenwateren van zone 4, een afwijking van het bepaalde in het tweede lid worden toegestaan.
2. Voor alle passagiers moet individuele of collectieve reddingmiddelen aan boord zijn. Drijvende zitkussens worden als reddingmiddel beschouwd indien zij:
een draagvermogen in zoetwater van ten minste 7,5 kg hebben;
bestand zijn tegen olie, olieproducten en temperaturen tot 50°C;
van een grijplijn zijn voorzien en
niet aan het schip zijn bevestigd.
3. Er kan voor open rondvaartboten bij gebruik op bepaalde binnenwateren van zone 4, een afwijking van het bepaalde in het tweede lid worden toegestaan.