BWBR0004854
Geldig vanaf 1990-09-16
Artikel 14
Regelen voorbereiding en uitvoering rondvluchten
1. In het vliegtuig moeten opschriften zijn aangebracht, waaruit duidelijk blijkt in welke ruimten het roken is verboden.
2. In het vliegtuig, waarin de stuurhut is gescheiden van de passagiersafdeling, moeten opschriften zijn aangebracht, waaruit duidelijk blijkt, welke ruimten slechts voor leden van het boordpersoneel toegankelijk zijn. Deze opschriften moeten in elk geval worden geplaatst bij of op die ruimten, waar daadwerkelijk invloed kan worden uitgeoefend op de besturing van het vliegtuig.
3. Met toestemming van de gezagvoerder mogen zich echter in de in het vorige lid bedoelde ruimten bevinden:
a. gedurende de kruisvlucht: passagiers, en;
b. gedurende de gehele vlucht: personen, die een technische of operationele taak hebben in de luchtvaart.
2. In het vliegtuig, waarin de stuurhut is gescheiden van de passagiersafdeling, moeten opschriften zijn aangebracht, waaruit duidelijk blijkt, welke ruimten slechts voor leden van het boordpersoneel toegankelijk zijn. Deze opschriften moeten in elk geval worden geplaatst bij of op die ruimten, waar daadwerkelijk invloed kan worden uitgeoefend op de besturing van het vliegtuig.
3. Met toestemming van de gezagvoerder mogen zich echter in de in het vorige lid bedoelde ruimten bevinden:
a. gedurende de kruisvlucht: passagiers, en;
b. gedurende de gehele vlucht: personen, die een technische of operationele taak hebben in de luchtvaart.