BWBR0004806
Geldig vanaf 1990-07-01
Artikel 36
Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad
1. In afwijking van artikel 11, tweede, derde en vierde lid, zijn de voorzitters, de leden en de plaatsvervangende leden van de Kamers dezelfden als de voorzitters, de leden en de plaatsvervangende leden van onderscheidenlijk de Uitkeringsraad, de Raad uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers en de Buitengewone Pensioenraad, die als zodanig waren benoemd op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet. Deze bepaling blijft van kracht tot de maatregel, bedoeld in artikel 11, tweede lid, tot stand zal zijn gekomen, doch uiterlijk tot 1 januari 1992.
2. In zoverre de in het eerste lid bedoelde leden en plaatsvervangende leden zullen worden herbenoemd geschiedt dat, in afwijking van artikel 11, vierde lid, bij koninklijk besluit.
2. In zoverre de in het eerste lid bedoelde leden en plaatsvervangende leden zullen worden herbenoemd geschiedt dat, in afwijking van artikel 11, vierde lid, bij koninklijk besluit.