BWBR0004806
Geldig vanaf 1990-07-01
Artikel 22
Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad
1. Het bestuur stelt de begroting en de rekening van de Raad vast met betrekking tot de in artikel 3, onder a, genoemde wetten, de taken, bedoeld in artikel 3, onder b, en deze wet.
2. Tegelijk met de begroting stelt het bestuur een meerjarenraming vast waarin voor de komende vier jaar ten aanzien van de in artikel 3, onder a, genoemde wetten, de taken, bedoeld in artikel 3, onder b, en deze wet de daarmee gemoeide kosten worden aangegeven.
3. De begroting en meerjarenraming worden ingediend voor 1 maart van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
4. De begroting en meerjarenraming behoeven de goedkeuring van Onze minister.
5. Het boekjaar van de Raad loopt van 1 januari tot en met 31 december.
2. Tegelijk met de begroting stelt het bestuur een meerjarenraming vast waarin voor de komende vier jaar ten aanzien van de in artikel 3, onder a, genoemde wetten, de taken, bedoeld in artikel 3, onder b, en deze wet de daarmee gemoeide kosten worden aangegeven.
3. De begroting en meerjarenraming worden ingediend voor 1 maart van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
4. De begroting en meerjarenraming behoeven de goedkeuring van Onze minister.
5. Het boekjaar van de Raad loopt van 1 januari tot en met 31 december.