BWBR0004806
Geldig vanaf 1990-07-01
Artikel 20
Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad
1. Onze minister kan, indien hij daartoe aanleiding aanwezig acht, van de Raad inzage of overlegging vorderen van de bescheiden, die tot enige beschikking van de Raad met betrekking tot de toepassing van een der in artikel 3, onder a, genoemde wetten hebben geleid. Desgevraagd verstrekt de Raad Onze minister schriftelijk inlichtingen omtrent de achtergronden, die tot zodanige beschikking hebben geleid.
2. Onze minister voert, indien hij daartoe aanleiding aanwezig acht, ter zake overleg met de Raad. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, besluit de Raad of de oorspronkelijke beschikking blijft gehandhaafd dan wel wordt herzien. Van dit besluit doet de Raad terstond, met redenen omkleed, mededeling aan Onze minister.
2. Onze minister voert, indien hij daartoe aanleiding aanwezig acht, ter zake overleg met de Raad. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, besluit de Raad of de oorspronkelijke beschikking blijft gehandhaafd dan wel wordt herzien. Van dit besluit doet de Raad terstond, met redenen omkleed, mededeling aan Onze minister.