BWBR0004678
Geldig vanaf 01-01-2005
Artikel 1
Regeling gemoedsbezwaarden sociale verzekeringswetten
1. De persoon, die gemoedsbezwaren heeft tegen één van de verzekeringen, geregeld in de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Ziekenfondswet, alsmede de rechtspersoon, waarbij natuurlijke personen betrokken zijn, die zodanige gemoedsbezwaren hebben, kan op zijn verzoek door de Sociale verzekeringsbank dan wel door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden ontheven dan wel vrijgesteld van verplichtingen hem bij of krachtens één van deze wetten of de Coördinatiewet Sociale Verzekering opgelegd.
2. In afwijking van het eerste lid kan geen vrijstelling worden verleend van de verplichtingen, bedoeld in artikel 56 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de artikelen 13 en 49 van de Ziektewet, de artikelen 12 en 80 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de artikelen 13 en 25 van de Werkloosheidswet.
2. In afwijking van het eerste lid kan geen vrijstelling worden verleend van de verplichtingen, bedoeld in artikel 56 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de artikelen 13 en 49 van de Ziektewet, de artikelen 12 en 80 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de artikelen 13 en 25 van de Werkloosheidswet.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0004678
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl