BWBR0004678
Geldig vanaf 1990-01-01
Artikel 16
Regeling gemoedsbezwaarden sociale verzekeringswetten
1. Een vrijstelling wordt door het uitvoeringsorgaan ingetrokken:
a. op verzoek van hem, aan wie de vrijstelling is verleend;
b. indien naar het oordeel van het uitvoeringsorgaan de gemoedsbezwaren, op grond waarvan de vrijstelling is verleend, niet langer geacht kunnen worden te bestaan.
2. De vrijstelling kan worden ingetrokken, indien verplichtingen, welke nog op de vrijgestelde rusten ingevolge de in artikel 1genoemde wetten, of welke hem bij deze regeling zijn opgelegd, niet door hem worden nageleefd.
3. In het geval als bedoeld in artikel 5geschiedt de intrekking van de vrijstelling door het orgaan, dat de vrijstelling heeft verleend, of, op grond van artikel 10, geacht wordt te hebben verleend.
4. In het geval als bedoeld in artikel 6geschiedt de intrekking van de vrijstelling gemeenschappelijk door de uitvoeringsorganen, welke de vrijstelling hebben verleend, of, op grond van artikel 10, geacht worden te hebben verleend.
5. Indien de betrokken uitvoeringsorganen omtrent de beslissing tot het intrekken van de vrijstelling geen overeenstemming kunnen bereiken, vindt intrekking plaats.
6. Het uitvoeringsorgaan kan bij de intrekking tevens bepalen, dat een verzoek om vrijstelling gedaan binnen twee jaren na de dagtekening van de intrekking, enkel op die grond niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
7. Degene, wiens vrijstelling is ingetrokken, is verplicht binnen drie dagen na de dagtekening van de desbetreffende kennisgeving, het bewijs van vrijstelling terug te geven aan het orgaan, dat hem van de intrekking mededeling heeft gedaan.
8. Indien degene, wiens vrijstelling is ingetrokken, aan de loonbelasting is onderworpen, doet het uitvoeringsorgaan, dat de vrijstelling heeft ingetrokken, van de intrekking mededeling aan degene, die de inhouding verricht.
9. Ten aanzien van de werknemer, die niet aan de loonbelasting is onderworpen, wordt eenzelfde mededeling als in het vorige lid bedoeld gedaan aan diens werkgever.
10. 10. Wanneer de toepassing van de Ziekenfondswetin het geding is, doet het orgaan, dat de vrijstelling heeft ingetrokken, van de intrekking mededeling aan het College voor zorgverzekeringen, dat vervolgens hiervan kennis geeft aan het daarvoor naar zijn oordeel in aanmerkingen komende ziekenfonds dan wel aan de daarvoor in aanmerking komende ziekenfondsen.
11. Artikel 12vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de mededeling van de intrekking der vrijstelling.
12. Onverminderd het bepaalde in de vorige leden vervalt de vrijstelling, welke is verleend aan een rechtspersoon, na verloop van vijf jaar na de datum van ingang van de vrijstelling. Met ingang van de datum, waarop een vrijstelling is vervallen, kan een nieuwe vrijstelling worden verleend.
a. op verzoek van hem, aan wie de vrijstelling is verleend;
b. indien naar het oordeel van het uitvoeringsorgaan de gemoedsbezwaren, op grond waarvan de vrijstelling is verleend, niet langer geacht kunnen worden te bestaan.
2. De vrijstelling kan worden ingetrokken, indien verplichtingen, welke nog op de vrijgestelde rusten ingevolge de in artikel 1genoemde wetten, of welke hem bij deze regeling zijn opgelegd, niet door hem worden nageleefd.
3. In het geval als bedoeld in artikel 5geschiedt de intrekking van de vrijstelling door het orgaan, dat de vrijstelling heeft verleend, of, op grond van artikel 10, geacht wordt te hebben verleend.
4. In het geval als bedoeld in artikel 6geschiedt de intrekking van de vrijstelling gemeenschappelijk door de uitvoeringsorganen, welke de vrijstelling hebben verleend, of, op grond van artikel 10, geacht worden te hebben verleend.
5. Indien de betrokken uitvoeringsorganen omtrent de beslissing tot het intrekken van de vrijstelling geen overeenstemming kunnen bereiken, vindt intrekking plaats.
6. Het uitvoeringsorgaan kan bij de intrekking tevens bepalen, dat een verzoek om vrijstelling gedaan binnen twee jaren na de dagtekening van de intrekking, enkel op die grond niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
7. Degene, wiens vrijstelling is ingetrokken, is verplicht binnen drie dagen na de dagtekening van de desbetreffende kennisgeving, het bewijs van vrijstelling terug te geven aan het orgaan, dat hem van de intrekking mededeling heeft gedaan.
8. Indien degene, wiens vrijstelling is ingetrokken, aan de loonbelasting is onderworpen, doet het uitvoeringsorgaan, dat de vrijstelling heeft ingetrokken, van de intrekking mededeling aan degene, die de inhouding verricht.
9. Ten aanzien van de werknemer, die niet aan de loonbelasting is onderworpen, wordt eenzelfde mededeling als in het vorige lid bedoeld gedaan aan diens werkgever.
10. 10. Wanneer de toepassing van de Ziekenfondswetin het geding is, doet het orgaan, dat de vrijstelling heeft ingetrokken, van de intrekking mededeling aan het College voor zorgverzekeringen, dat vervolgens hiervan kennis geeft aan het daarvoor naar zijn oordeel in aanmerkingen komende ziekenfonds dan wel aan de daarvoor in aanmerking komende ziekenfondsen.
11. Artikel 12vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de mededeling van de intrekking der vrijstelling.
12. Onverminderd het bepaalde in de vorige leden vervalt de vrijstelling, welke is verleend aan een rechtspersoon, na verloop van vijf jaar na de datum van ingang van de vrijstelling. Met ingang van de datum, waarop een vrijstelling is vervallen, kan een nieuwe vrijstelling worden verleend.