BWBR0004538
Geldig vanaf 1990-01-01
Artikel 10
Wet financiering volksverzekeringen
1. De premie voor de volksverzekeringen wordt vastgesteld op een percentage van het premie-inkomen. Het in de eerste zin bedoelde percentage is het totaal van het percentage, genoemd in artikel 10a, tweede lid, en de percentages die op grond van artikel 11worden vastgesteld.
2. In afwijking van het eerste lid is geen premie voor de algemene ouderdomsverzekering verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar zal bereiken.
3. De verschuldigde premie voor de volksverzekeringen is de premie voor de volksverzekeringen verminderd met de voor de premieplichtige toepasselijke heffingskorting voor de volksverzekeringen.
4. De heffingskorting voor de volksverzekeringen is de som van:
a. indien betrokkene premieplichtig is voor de algemene ouderdomsverzekering: de op grond van hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 berekende heffingskorting voor de algemene ouderdomsverzekering;
b. indien betrokkene premieplichtig is voor de nabestaandenverzekering: de op grond van hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 berekende heffingskorting voor de nabestaandenverzekering;
c. indien betrokkene premieplichtig is voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten: de op grond van hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 berekende heffingskorting voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten.
5. Indien de premie voor de volksverzekeringen bij wijze van inhouding wordt geheven, worden voor de toepassing van het vierde lid de heffingskortingen, genoemd in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/8.2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>, die geen deel uitmaken van de standaardloonheffingskorting, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002471/artikel/21c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21c van de Wet op de loonbelasting 1964</a>, geacht geen deel uit te maken van de standaardheffingskorting, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/8.2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>.
6. Het premie-inkomen wordt tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het als tweede vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/2.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>.
7. In geval <a href="/wet/BWBR0002471/artikel/26b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 26b van de Wet op de loonbelasting 1964</a>van toepassing is, wordt de in dat artikel bedoelde werknemer geacht premieplichtig te zijn. Ten aanzien van deze werknemer wordt het in het eerste lid bedoelde percentage toegepast op het loon in de zin van de <a href="/wet/BWBR0002471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de loonbelasting 1964</a>.
2. In afwijking van het eerste lid is geen premie voor de algemene ouderdomsverzekering verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar zal bereiken.
3. De verschuldigde premie voor de volksverzekeringen is de premie voor de volksverzekeringen verminderd met de voor de premieplichtige toepasselijke heffingskorting voor de volksverzekeringen.
4. De heffingskorting voor de volksverzekeringen is de som van:
a. indien betrokkene premieplichtig is voor de algemene ouderdomsverzekering: de op grond van hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 berekende heffingskorting voor de algemene ouderdomsverzekering;
b. indien betrokkene premieplichtig is voor de nabestaandenverzekering: de op grond van hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 berekende heffingskorting voor de nabestaandenverzekering;
c. indien betrokkene premieplichtig is voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten: de op grond van hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 berekende heffingskorting voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten.
5. Indien de premie voor de volksverzekeringen bij wijze van inhouding wordt geheven, worden voor de toepassing van het vierde lid de heffingskortingen, genoemd in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/8.2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>, die geen deel uitmaken van de standaardloonheffingskorting, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002471/artikel/21c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21c van de Wet op de loonbelasting 1964</a>, geacht geen deel uit te maken van de standaardheffingskorting, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/8.2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>.
6. Het premie-inkomen wordt tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het als tweede vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/2.10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>.
7. In geval <a href="/wet/BWBR0002471/artikel/26b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 26b van de Wet op de loonbelasting 1964</a>van toepassing is, wordt de in dat artikel bedoelde werknemer geacht premieplichtig te zijn. Ten aanzien van deze werknemer wordt het in het eerste lid bedoelde percentage toegepast op het loon in de zin van de <a href="/wet/BWBR0002471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de loonbelasting 1964</a>.