BWBR0004538
Geldig vanaf 1990-01-01
Artikel 40
Wet financiering volksverzekeringen
1. Het College zorgverzekeringen doet jaarlijks uitkeringen uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten ter dekking van de noodzakelijke uitgaven, gedaan voor de uitvoering van de in de <a href="/wet/BWBR0002614" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</a>geregelde verzekering, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.
2. Het College van toezicht op de zorgverzekeringen, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0002460" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziekenfondswet</a>, verder te noemen: het College toezicht, is bevoegd vast te stellen dat uitgaven niet verantwoord waren voorzover deze door hem niet noodzakelijk worden geacht voor de uitvoering van de verzekering ingevolge de <a href="/wet/BWBR0002614" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</a>. Met de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, evenals met de daarmee verkregen opbrengsten worden geen uitgaven gedekt waarvan het College toezicht heeft vastgesteld dat zij niet verantwoord waren, tenzij het College toezicht anders besluit.
3. Op de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschotten worden verleend overeenkomstig door het College zorgverzekeringen te stellen regels.
2. Het College van toezicht op de zorgverzekeringen, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0002460" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziekenfondswet</a>, verder te noemen: het College toezicht, is bevoegd vast te stellen dat uitgaven niet verantwoord waren voorzover deze door hem niet noodzakelijk worden geacht voor de uitvoering van de verzekering ingevolge de <a href="/wet/BWBR0002614" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</a>. Met de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, evenals met de daarmee verkregen opbrengsten worden geen uitgaven gedekt waarvan het College toezicht heeft vastgesteld dat zij niet verantwoord waren, tenzij het College toezicht anders besluit.
3. Op de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschotten worden verleend overeenkomstig door het College zorgverzekeringen te stellen regels.