BWBR0004538
Geldig vanaf 1990-01-01
Artikel 39
Wet financiering volksverzekeringen
1. Ten gunste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten komen:
a. de premie voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten en voor de vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten;
b. de inkomsten, die in verband met de algemene verzekering bijzondere ziektekosten voortvloeien uit internationale overeenkomsten;
c. de bijdragen in de kosten van verstrekkingen welke op grond van artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, dan wel in voorkomend geval op grond van artikel 6, vierde lid, in verbinding met het derde lid, van die wet worden betaald door of namens de verzekerde, dan wel, in voorkomend geval, door het ingevolge een wettelijke regeling tot betaling van zodanige bijdragen bevoegde orgaan dat uitkeringen of pensioenen uit hoofde van die regeling aan die verzekerde betaalbaar stelt;
d. de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in artikel 44a.
2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan jaarlijks een bijdrage verlenen aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten tot het bedrag dat daarvoor in de wet tot vaststelling van de begroting voor zijn ministerie voor dat jaar is toegestaan. De bijdrage wordt betaald in gelijke maandelijkse delen. <a href="/wet/BWBR0002460/artikel/14a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 14a, derde lid, van de Ziekenfondswet</a>is van overeenkomstige toepassing.
3. Uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten worden betaald:
a. de gehele of gedeeltelijke kosten van de algemene verzekering bijzondere ziektekosten en van de vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten;
b. de uitgaven voor deze verzekering, voortvloeiende uit overeenkomsten, waaronder begrepen internationale overeenkomsten;
c. de uitgaven die in verband met die verzekering voortvloeien uit enige andere wettelijke regeling dan de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
d. bijdragen aan onze Minister van Justitie in verband met diens financiële verantwoordelijkheid bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
e. bijdragen aan Onze Minister van Defensie ingevolge artikel 7, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
f. uitgaven ten behoeve van subsidies, verstrekt ingevolge artikel 1p van de Ziekenfondswet, voor zover zulks ingevolge dat artikel is bepaald;
g. de uitgaven, bedoeld in artikel 10, vierde lid, en artikel 34 van de Wet op de orgaandonatie.
4. Uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten kunnen middelen worden gebruikt voor het vormen en in stand houden van een reserve. Bij ministeriële regeling kunnen door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister met betrekking tot de vorige volzin nadere regels worden gesteld.
5. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt jaarlijks aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verleend voor de uitvoering van de Regeling Ziekenfondsraad Abortusklinieken 1992 dan wel de regeling die ingevolge <a href="/wet/BWBR0002460/artikel/1p" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1p van de Ziekenfondswet</a>ter vervanging van die regeling is vastgesteld. Op de bijdrage worden voorschotten verleend. De bijdrage voor enig jaar is gelijk aan het saldo van de uitgaven en ontvangsten in het desbetreffende jaar met betrekking tot de uitvoering van de bedoelde regeling, voor zover door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aanvaard. Het College zorgverzekeringen neemt een specificatie van de ontvangsten en uitgaven op in het financieel verslag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002460/artikel/1s" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1s van de Ziekenfondswet</a>. Onze Minister voornoemd stelt de bijdrage uiterlijk drie maanden na ontvangst van het financieel verslag vast.
a. de premie voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten en voor de vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten;
b. de inkomsten, die in verband met de algemene verzekering bijzondere ziektekosten voortvloeien uit internationale overeenkomsten;
c. de bijdragen in de kosten van verstrekkingen welke op grond van artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, dan wel in voorkomend geval op grond van artikel 6, vierde lid, in verbinding met het derde lid, van die wet worden betaald door of namens de verzekerde, dan wel, in voorkomend geval, door het ingevolge een wettelijke regeling tot betaling van zodanige bijdragen bevoegde orgaan dat uitkeringen of pensioenen uit hoofde van die regeling aan die verzekerde betaalbaar stelt;
d. de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in artikel 44a.
2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan jaarlijks een bijdrage verlenen aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten tot het bedrag dat daarvoor in de wet tot vaststelling van de begroting voor zijn ministerie voor dat jaar is toegestaan. De bijdrage wordt betaald in gelijke maandelijkse delen. <a href="/wet/BWBR0002460/artikel/14a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 14a, derde lid, van de Ziekenfondswet</a>is van overeenkomstige toepassing.
3. Uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten worden betaald:
a. de gehele of gedeeltelijke kosten van de algemene verzekering bijzondere ziektekosten en van de vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten;
b. de uitgaven voor deze verzekering, voortvloeiende uit overeenkomsten, waaronder begrepen internationale overeenkomsten;
c. de uitgaven die in verband met die verzekering voortvloeien uit enige andere wettelijke regeling dan de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
d. bijdragen aan onze Minister van Justitie in verband met diens financiële verantwoordelijkheid bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
e. bijdragen aan Onze Minister van Defensie ingevolge artikel 7, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
f. uitgaven ten behoeve van subsidies, verstrekt ingevolge artikel 1p van de Ziekenfondswet, voor zover zulks ingevolge dat artikel is bepaald;
g. de uitgaven, bedoeld in artikel 10, vierde lid, en artikel 34 van de Wet op de orgaandonatie.
4. Uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten kunnen middelen worden gebruikt voor het vormen en in stand houden van een reserve. Bij ministeriële regeling kunnen door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister met betrekking tot de vorige volzin nadere regels worden gesteld.
5. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt jaarlijks aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verleend voor de uitvoering van de Regeling Ziekenfondsraad Abortusklinieken 1992 dan wel de regeling die ingevolge <a href="/wet/BWBR0002460/artikel/1p" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1p van de Ziekenfondswet</a>ter vervanging van die regeling is vastgesteld. Op de bijdrage worden voorschotten verleend. De bijdrage voor enig jaar is gelijk aan het saldo van de uitgaven en ontvangsten in het desbetreffende jaar met betrekking tot de uitvoering van de bedoelde regeling, voor zover door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aanvaard. Het College zorgverzekeringen neemt een specificatie van de ontvangsten en uitgaven op in het financieel verslag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002460/artikel/1s" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1s van de Ziekenfondswet</a>. Onze Minister voornoemd stelt de bijdrage uiterlijk drie maanden na ontvangst van het financieel verslag vast.