BWBR0004538
Geldig vanaf 1990-01-01
Artikel 32
Wet financiering volksverzekeringen
1. Jaarlijks komt een bijdrage als bedoeld in artikel 31, derde lid, ten gunste van het Spaarfonds AOW.
2. De omvang van elke ten gunste van het Spaarfonds AOW komende bijdrage wordt door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bepaald.
3. In het jaar 1999 komt een bijdrage ten gunste van het Spaarfonds AOW die ten minste f 250 miljoen hoger is dan de als bijdragen voor de jaren 1997 en 1998 vastgestelde bedragen.
4. In elk volgend jaar wordt een bijdrage ten gunste van het Spaarfonds AOW gebracht die ten minste € 113 445 054 hoger is dan het bedrag dat in het jaar, voorafgaande aan het desbetreffende jaar, ten minste ten gunste van het Spaarfonds AOW diende te worden gebracht.
5. Het in het Spaarfonds aanwezige saldo wordt rentedragend in 's Rijks schatkist aangehouden.
6. Onze Minister van Financiën stelt jaarlijks de rente vast die over het saldo van het Spaarfonds AOW wordt vergoed.
2. De omvang van elke ten gunste van het Spaarfonds AOW komende bijdrage wordt door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bepaald.
3. In het jaar 1999 komt een bijdrage ten gunste van het Spaarfonds AOW die ten minste f 250 miljoen hoger is dan de als bijdragen voor de jaren 1997 en 1998 vastgestelde bedragen.
4. In elk volgend jaar wordt een bijdrage ten gunste van het Spaarfonds AOW gebracht die ten minste € 113 445 054 hoger is dan het bedrag dat in het jaar, voorafgaande aan het desbetreffende jaar, ten minste ten gunste van het Spaarfonds AOW diende te worden gebracht.
5. Het in het Spaarfonds aanwezige saldo wordt rentedragend in 's Rijks schatkist aangehouden.
6. Onze Minister van Financiën stelt jaarlijks de rente vast die over het saldo van het Spaarfonds AOW wordt vergoed.