BWBR0004489
Geldig vanaf 1989-03-01
Artikel D
Vaststelling aanwijzingen voor beveiliging staatsgeheimen en vitale onderdelen van de rijksdienst
24. 24.1 Werkzaamheden waarbij kennis moet worden genomen van staatsgeheimen alsmede werkzaamheden die uit anderen hoofde van belang zijn in verband met de beveiliging van staatsgeheimen of vitale onderdelen, mogen uitsluitend worden opgedragen aan ambtenaren die een vertrouwensfunctie vervullen.
24.2 Bij het opdragen van de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de belangrijkheid uit veiligheidsoogpunt van de vertrouwensfunctie. De vertrouwensfuncties zijn daartoe onderscheiden in:
24.3 Wanneer twijfel ontstaat of nog voldoende waarborgen aanwezig zijn dat de betrokken ambtenaar de aan de vertrouwensfunctie verbonden plichten onder alle omstandigheden naar behoren zal volbrengen, mogen hem geen werkzaamheden als bedoeld in onderdeel 1 van deze aanwijzing meer worden opgedragen.
25. 25.1 De BVA wijst de ambtenaar die in een vertrouwensfunctie is benoemd op het belang van de beveiliging alvorens de ambtenaar wordt belast met werkzaamheden als bedoeld in onderdeel 1 van aanwijzing 24. De BVA legt de ambtenaar die werkzaamheden met betrekking tot staatsgeheimen gaat verrichten een verklaring ter tekening voor die inhoudt dat de ambtenaar op de hoogte is gesteld van zijn verplichtingen ten aanzien van de beveiliging, alsmede dat hij kennis heeft genomen van de wettelijke bepalingen die straf bedreigen op het opzettelijk of uit onachtzaamheid ter kennis brengen van staatsgeheimen aan niet gerechtigden. Hij herhaalt de beveiligingsinstructie op gezette tijden en schenkt daarbij aandacht aan de persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar die voor de beveiliging van belang kunnen zijn.
25.2 De BVA wijst de ambtenaar voor wie een meldingsplicht geldt voor reizen naar bepaalde landen op de risico's die aan een voorgenomen reis zijn verbonden. Na afloop van de reis heeft de BVA een gesprek met de ambtenaar, ten einde vast te stellen of er een gebeurtenis heeft plaatsgevonden die van belang is voor de beveiliging.
25.3 De BVA legt de ambtenaar bij het verlaten van een vertrouwensfunctie waarin werkzaamheden met betrekking tot staatsgeheimen zijn verricht, een verklaring ter tekening voor die inhoudt dat de ambtenaar geen document of materiaal waarin een staatsgeheim is vastgesteld meer onder zijn berusting heeft en dat hij ervan op de hoogte is gesteld dat hij onderworpen blijft aan de wettelijke bepalingen die straf bedreigen op het opzettelijk of uit onachtzaamheid ter kennis brengen van staatsgeheimen aan niet gerechtigden.
24.2 Bij het opdragen van de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de belangrijkheid uit veiligheidsoogpunt van de vertrouwensfunctie. De vertrouwensfuncties zijn daartoe onderscheiden in:
24.3 Wanneer twijfel ontstaat of nog voldoende waarborgen aanwezig zijn dat de betrokken ambtenaar de aan de vertrouwensfunctie verbonden plichten onder alle omstandigheden naar behoren zal volbrengen, mogen hem geen werkzaamheden als bedoeld in onderdeel 1 van deze aanwijzing meer worden opgedragen.
25. 25.1 De BVA wijst de ambtenaar die in een vertrouwensfunctie is benoemd op het belang van de beveiliging alvorens de ambtenaar wordt belast met werkzaamheden als bedoeld in onderdeel 1 van aanwijzing 24. De BVA legt de ambtenaar die werkzaamheden met betrekking tot staatsgeheimen gaat verrichten een verklaring ter tekening voor die inhoudt dat de ambtenaar op de hoogte is gesteld van zijn verplichtingen ten aanzien van de beveiliging, alsmede dat hij kennis heeft genomen van de wettelijke bepalingen die straf bedreigen op het opzettelijk of uit onachtzaamheid ter kennis brengen van staatsgeheimen aan niet gerechtigden. Hij herhaalt de beveiligingsinstructie op gezette tijden en schenkt daarbij aandacht aan de persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar die voor de beveiliging van belang kunnen zijn.
25.2 De BVA wijst de ambtenaar voor wie een meldingsplicht geldt voor reizen naar bepaalde landen op de risico's die aan een voorgenomen reis zijn verbonden. Na afloop van de reis heeft de BVA een gesprek met de ambtenaar, ten einde vast te stellen of er een gebeurtenis heeft plaatsgevonden die van belang is voor de beveiliging.
25.3 De BVA legt de ambtenaar bij het verlaten van een vertrouwensfunctie waarin werkzaamheden met betrekking tot staatsgeheimen zijn verricht, een verklaring ter tekening voor die inhoudt dat de ambtenaar geen document of materiaal waarin een staatsgeheim is vastgesteld meer onder zijn berusting heeft en dat hij ervan op de hoogte is gesteld dat hij onderworpen blijft aan de wettelijke bepalingen die straf bedreigen op het opzettelijk of uit onachtzaamheid ter kennis brengen van staatsgeheimen aan niet gerechtigden.