BWBR0004452
Geldig vanaf 2005-01-30
Artikel 6
Besluit algemene richtlijnen post
6.1. De kosten van het postvervoer ten aanzien van postzendingen die in hoofdzaak tekst bevatten, uitgevoerd in voor blinden bestemde tekens, zoals die naar aard en omvang op het moment van het van kracht worden van deze algemene richtlijnen worden verricht, zijn voor rekening van de houder van de concessie.
6.2. De houder van de concessie stelt een financiële verantwoording voor de activiteiten ter uitvoering van het postvervoer op, die is uitgesplitst over:
a. activiteiten van voorbehouden postvervoer bedoeld in artikel 2a van de wet, en
b. overige activiteiten van postvervoer, en die is gescheiden van zijn andere activiteiten. Ter toetsing of aan vorenstaande richtlijn is voldaan, legt de houder van de concessie jaarlijks een verklaring van een onafhankelijke, door het college aan te wijzen, accountant voor aan het college.
6.3. Ter uitvoering van onderdeel 6.2. gelden de volgende richtlijnen:
a. de houder van de concessie stelt een toerekeningssysteem voor kosten en opbrengsten vast, dat voldoet aan artikel 14, derde lid, van de richtlijn en dat, in overeenstemming daarmee, beantwoordt aan de beginselen van marktconformiteit, proportionaliteit en integraliteit;
b. het in onderdeel a bedoelde toerekeningssysteem behoeft de goedkeuring van het college, dat daaraan voorschriften kan verbinden;
c. de houder van de concessie legt jaarlijks aan het college een verklaring over van de in onderdeel 6.2 bedoelde accountant over de toepassing van het met goedkeuring van het college tot stand gekomen toerekeningssysteem; van vorenbedoelde verklaring doet het college mededeling in de Staatscourant.
6.2. De houder van de concessie stelt een financiële verantwoording voor de activiteiten ter uitvoering van het postvervoer op, die is uitgesplitst over:
a. activiteiten van voorbehouden postvervoer bedoeld in artikel 2a van de wet, en
b. overige activiteiten van postvervoer, en die is gescheiden van zijn andere activiteiten. Ter toetsing of aan vorenstaande richtlijn is voldaan, legt de houder van de concessie jaarlijks een verklaring van een onafhankelijke, door het college aan te wijzen, accountant voor aan het college.
6.3. Ter uitvoering van onderdeel 6.2. gelden de volgende richtlijnen:
a. de houder van de concessie stelt een toerekeningssysteem voor kosten en opbrengsten vast, dat voldoet aan artikel 14, derde lid, van de richtlijn en dat, in overeenstemming daarmee, beantwoordt aan de beginselen van marktconformiteit, proportionaliteit en integraliteit;
b. het in onderdeel a bedoelde toerekeningssysteem behoeft de goedkeuring van het college, dat daaraan voorschriften kan verbinden;
c. de houder van de concessie legt jaarlijks aan het college een verklaring over van de in onderdeel 6.2 bedoelde accountant over de toepassing van het met goedkeuring van het college tot stand gekomen toerekeningssysteem; van vorenbedoelde verklaring doet het college mededeling in de Staatscourant.