BWBR0004452
Geldig vanaf 2005-01-30
Artikel 2a
Besluit algemene richtlijnen post
2a.1. 1. In het geval, genoemd in onderdeel 2.10, tweede lid, stelt de houder van de concessie een postvestigingenplan op voor de opzet van het in stand te houden net van dienstverleningspunten, die hij gebruikt voor het verlenen van diensten met betrekking tot het postvervoer.
2. Het postvestigingenplan bevat ten minste:
a. de looptijd van het plan;
b. de aantallen dienstverleningspunten, zonodig onderscheiden naar soort, gedurende de looptijd van het plan en aan het einde van de looptijd;
c. de onderscheiden assortimenten van postale diensten voor elke soort van dienstverleningspunten.
3. De in een postvestigingenplan opgenomen aantallen en assortimenten kunnen afwijken van de onderdelen 2.9 tot en met 2.11.
2a.2. 1. De uitvoering van een postvestigingenplan behoeft de instemming van de Minister.
2. De Minister zendt het postvestigingenplan, tezamen met het ontwerpbesluit tot wijziging van dit besluit, ter kennisneming aan beide Kamers der Staten-Generaal.
3. De Minister zendt een afschrift van de in het tweede lid bedoelde stukken aan het college ter kennisneming.
2. Het postvestigingenplan bevat ten minste:
a. de looptijd van het plan;
b. de aantallen dienstverleningspunten, zonodig onderscheiden naar soort, gedurende de looptijd van het plan en aan het einde van de looptijd;
c. de onderscheiden assortimenten van postale diensten voor elke soort van dienstverleningspunten.
3. De in een postvestigingenplan opgenomen aantallen en assortimenten kunnen afwijken van de onderdelen 2.9 tot en met 2.11.
2a.2. 1. De uitvoering van een postvestigingenplan behoeft de instemming van de Minister.
2. De Minister zendt het postvestigingenplan, tezamen met het ontwerpbesluit tot wijziging van dit besluit, ter kennisneming aan beide Kamers der Staten-Generaal.
3. De Minister zendt een afschrift van de in het tweede lid bedoelde stukken aan het college ter kennisneming.