BWBR0004452
Geldig vanaf 2005-01-30
Artikel 5
Besluit algemene richtlijnen post
5.1. Ter zake van de tarieven die de houder van de concessie vaststelt voor het postvervoer binnen Nederland, gelden de volgende uitgangspunten:
a. in de tarieven voor de te onderscheiden categorieën van activiteiten, die zijn aangegeven in onderdeel 6.2, onder a en b, zijn tenminste de kosten verwerkt die overeenkomstig het toerekeningssysteem bedoeld in onderdeel 6.3, onder a, worden toegerekend aan de desbetreffende categorie;
b. de tarieven zijn transparant en niet discriminerend;
c. de tarieven zijn uniform, en
d. de tarieven zijn gepubliceerd door middel van tenminste terinzagelegging bij de dienstverleningspunten.
5.2. Onverminderd artikel 5.1, onder a en b, kan de houder van de concessie bij het vaststellen van de tarieven met betrekking tot het postvervoer binnen Nederland van brieven waarvoor de concessie bedoeld in artikel 2a van de wetis verleend, door middel van afzonderlijke overeenkomsten afwijken van het vereiste van uniformiteit in onderdeel 5.1, onder c. Voor afzonderlijke overeenkomsten geldt niet het publicatievereiste bedoeld in onderdeel 5.1, onder d, behoudens dat de houder van de concessie de gevallen bekend maakt waarin het aangaan van zodanige afzonderlijke overeenkomsten mogelijk is.
5.2a. De tarieven en voorwaarden die bij de afzonderlijke overeenkomsten, bedoeld in onderdeel 5.2, worden overeengekomen voldoen aan de volgende eisen:
a. in de tarieven wordt rekening gehouden met vermeden kosten in vergelijking met de standaarddienst die de gehele reeks prestaties bestrijkt die worden aangeboden op het gebied van ophalen, sorteren, vervoeren en bestellen van afzonderlijke poststukken;
b. zij worden op dezelfde wijze toegepast tussen derden en de houder van de concessie voor zover het gelijkwaardige diensten betreft.
5.3. Onverminderd de akten van de Wereldpostunie is onderdeel 5.1 van overeenkomstige toepassing op de tarieven die de houder van de concessie vaststelt voor het postvervoer naar gebieden buiten Nederland met dien verstande dat:
a. het vereiste van uniformiteit in onderdeel 5.1, onder c, alleen geldt voor een land of een groep van landen;
b. door middel van afzonderlijke overeenkomsten kan worden afgeweken van het vereiste van uniformiteit als hiervoor bedoeld onder a. Het publicatievereiste bedoeld in onderdeel 5.1, onder d, geldt niet voor die afzonderlijke overeenkomsten behoudens dat de houder van de concessie de gevallen bekendmaakt waarin het aangaan van zodanige afzonderlijke overeenkomsten mogelijk is.
5.4. Ten aanzien van tariefwijzigingen gelden de volgende richtlijnen:
a. de houder van de concessie is verplicht tariefwijzigingen te limiteren voor: 1º. het nagenoeg totale pakket van diensten die in het kader van de concessie worden geleverd;
2º. een pakket van diensten dat representatief kan worden geacht voor de particuliere en klein zakelijk gebruiker;
1º. het nagenoeg totale pakket van diensten die in het kader van de concessie worden geleverd;
2º. een pakket van diensten dat representatief kan worden geacht voor de particuliere en klein zakelijk gebruiker;
b. de onder a, 1° en 2°, genoemde pakketten en de bijbehorende rekenregels worden nader omschreven in de bijlage, behorende bij dit besluit;
c. de gewogen tariefontwikkeling zoals gedefinieerd in de formule opgenomen in onderdeel 2.1 van de bijlage, behorende bij dit besluit, met betrekking tot de onder a, 1° en 2°, genoemde pakketten dient vanaf het basisjaar structureel beneden de ontwikkeling van de loonsom, gecorrigeerd voor de arbeidsduur, vanaf het basisjaar te liggen. Of de gewogen tariefontwikkeling hieraan voldoet, wordt vastgesteld met de formule opgenomen in onderdeel 2.1 van de bijlage, behorende bij dit besluit;
d. Voor de jaren 2000 tot en met 2007 geldt 1999 als basisjaar voor de gewogen tariefontwikkeling van de onder a, onderdelen 1° en 2°, genoemde pakketten (1 januari 1999 = 100). Voor de jaren 2000 tot en met 2007 geldt 1999 als basisjaar voor de ontwikkeling van de loonsom, gecorrigeerd voor de arbeidsduur (1 januari 1999 = 100).
e. bij het bepalen van de hoogte van een tariefwijziging betrekt de houder van de concessie de ontwikkeling van de loonsom, gecorrigeerd voor de arbeidsduur, voor het gehele jaar, waarin de tariefwijziging van kracht wordt;
f. de houder van de concessie stelt het college ten minste één maand voor de algemene bekendmaking schriftelijk in kennis van een voorgenomen tariefwijziging;
g. ter zake van de in de bijlage omschreven diensten wordt bij een kennisgeving bedoeld onder f, door de externe accountant van de houder van de concessie geverifieerde, informatie verstrekt waaruit blijkt dat de wijziging in overeenstemming is met het onder c, d en e bepaalde. De houder van de concessie gaat met betrekking tot bedoelde diensten niet over tot invoering van de voorgenomen tariefwijziging indien het college hem binnen 3 weken na de ontvangst van het voornemen heeft bericht van oordeel te zijn dat de wijziging niet in overeenstemming is met het in c, d en e bepaalde, en dat binnen één maand na deze mededeling uitvoering gegeven zal worden aan artikel 15 van de wet.
a. in de tarieven voor de te onderscheiden categorieën van activiteiten, die zijn aangegeven in onderdeel 6.2, onder a en b, zijn tenminste de kosten verwerkt die overeenkomstig het toerekeningssysteem bedoeld in onderdeel 6.3, onder a, worden toegerekend aan de desbetreffende categorie;
b. de tarieven zijn transparant en niet discriminerend;
c. de tarieven zijn uniform, en
d. de tarieven zijn gepubliceerd door middel van tenminste terinzagelegging bij de dienstverleningspunten.
5.2. Onverminderd artikel 5.1, onder a en b, kan de houder van de concessie bij het vaststellen van de tarieven met betrekking tot het postvervoer binnen Nederland van brieven waarvoor de concessie bedoeld in artikel 2a van de wetis verleend, door middel van afzonderlijke overeenkomsten afwijken van het vereiste van uniformiteit in onderdeel 5.1, onder c. Voor afzonderlijke overeenkomsten geldt niet het publicatievereiste bedoeld in onderdeel 5.1, onder d, behoudens dat de houder van de concessie de gevallen bekend maakt waarin het aangaan van zodanige afzonderlijke overeenkomsten mogelijk is.
5.2a. De tarieven en voorwaarden die bij de afzonderlijke overeenkomsten, bedoeld in onderdeel 5.2, worden overeengekomen voldoen aan de volgende eisen:
a. in de tarieven wordt rekening gehouden met vermeden kosten in vergelijking met de standaarddienst die de gehele reeks prestaties bestrijkt die worden aangeboden op het gebied van ophalen, sorteren, vervoeren en bestellen van afzonderlijke poststukken;
b. zij worden op dezelfde wijze toegepast tussen derden en de houder van de concessie voor zover het gelijkwaardige diensten betreft.
5.3. Onverminderd de akten van de Wereldpostunie is onderdeel 5.1 van overeenkomstige toepassing op de tarieven die de houder van de concessie vaststelt voor het postvervoer naar gebieden buiten Nederland met dien verstande dat:
a. het vereiste van uniformiteit in onderdeel 5.1, onder c, alleen geldt voor een land of een groep van landen;
b. door middel van afzonderlijke overeenkomsten kan worden afgeweken van het vereiste van uniformiteit als hiervoor bedoeld onder a. Het publicatievereiste bedoeld in onderdeel 5.1, onder d, geldt niet voor die afzonderlijke overeenkomsten behoudens dat de houder van de concessie de gevallen bekendmaakt waarin het aangaan van zodanige afzonderlijke overeenkomsten mogelijk is.
5.4. Ten aanzien van tariefwijzigingen gelden de volgende richtlijnen:
a. de houder van de concessie is verplicht tariefwijzigingen te limiteren voor: 1º. het nagenoeg totale pakket van diensten die in het kader van de concessie worden geleverd;
2º. een pakket van diensten dat representatief kan worden geacht voor de particuliere en klein zakelijk gebruiker;
1º. het nagenoeg totale pakket van diensten die in het kader van de concessie worden geleverd;
2º. een pakket van diensten dat representatief kan worden geacht voor de particuliere en klein zakelijk gebruiker;
b. de onder a, 1° en 2°, genoemde pakketten en de bijbehorende rekenregels worden nader omschreven in de bijlage, behorende bij dit besluit;
c. de gewogen tariefontwikkeling zoals gedefinieerd in de formule opgenomen in onderdeel 2.1 van de bijlage, behorende bij dit besluit, met betrekking tot de onder a, 1° en 2°, genoemde pakketten dient vanaf het basisjaar structureel beneden de ontwikkeling van de loonsom, gecorrigeerd voor de arbeidsduur, vanaf het basisjaar te liggen. Of de gewogen tariefontwikkeling hieraan voldoet, wordt vastgesteld met de formule opgenomen in onderdeel 2.1 van de bijlage, behorende bij dit besluit;
d. Voor de jaren 2000 tot en met 2007 geldt 1999 als basisjaar voor de gewogen tariefontwikkeling van de onder a, onderdelen 1° en 2°, genoemde pakketten (1 januari 1999 = 100). Voor de jaren 2000 tot en met 2007 geldt 1999 als basisjaar voor de ontwikkeling van de loonsom, gecorrigeerd voor de arbeidsduur (1 januari 1999 = 100).
e. bij het bepalen van de hoogte van een tariefwijziging betrekt de houder van de concessie de ontwikkeling van de loonsom, gecorrigeerd voor de arbeidsduur, voor het gehele jaar, waarin de tariefwijziging van kracht wordt;
f. de houder van de concessie stelt het college ten minste één maand voor de algemene bekendmaking schriftelijk in kennis van een voorgenomen tariefwijziging;
g. ter zake van de in de bijlage omschreven diensten wordt bij een kennisgeving bedoeld onder f, door de externe accountant van de houder van de concessie geverifieerde, informatie verstrekt waaruit blijkt dat de wijziging in overeenstemming is met het onder c, d en e bepaalde. De houder van de concessie gaat met betrekking tot bedoelde diensten niet over tot invoering van de voorgenomen tariefwijziging indien het college hem binnen 3 weken na de ontvangst van het voornemen heeft bericht van oordeel te zijn dat de wijziging niet in overeenstemming is met het in c, d en e bepaalde, en dat binnen één maand na deze mededeling uitvoering gegeven zal worden aan artikel 15 van de wet.