BWBR0004408
Geldig vanaf 1989-01-01
Artikel 3
Besluit indicatie-advisering bejaardenoorden en verpleeginrichtingen
1. Een verzoek om advies wordt door of namens de verzoeker ingediend. Ondertekent de verzoeker het verzoek niet zelf, dan wordt de reden daarvan vermeld. In het verzoek kan aangegeven worden of de verzoeker in aanmerking wenst te komen voor opneming in een bejaardenoord dan wel voor opneming en verder verblijf of dagbehandeling in een verpleeginrichting waarbij het bejaardenoord of de verpleeginrichting met name kan worden genoemd.
2. In het verzoek wordt aangegeven of de verzoeker toestemming geeft tot het zonodig raadplegen van behandelend artsen en het gebruik maken van bij dezen aanwezige medische gegevens door de commissie.
3. De commissie wijst de verzoeker onverwijld op het bepaalde in paragraaf 8van dit besluit.
4. Indien het een verzoek betreft tot opneming en verder verblijf in een psycho-geriatrische verpleeginrichting, deelt de commissie, tenzij uit het verzoek blijkt dat de verzoeker de bereidheid bezit tot zodanige opneming en verder verblijf, de verzoeker meteen na ontvangst van het verzoek schriftelijk mede dat hij bezwaar kan maken tegen zodanige opneming en verder verblijf.
2. In het verzoek wordt aangegeven of de verzoeker toestemming geeft tot het zonodig raadplegen van behandelend artsen en het gebruik maken van bij dezen aanwezige medische gegevens door de commissie.
3. De commissie wijst de verzoeker onverwijld op het bepaalde in paragraaf 8van dit besluit.
4. Indien het een verzoek betreft tot opneming en verder verblijf in een psycho-geriatrische verpleeginrichting, deelt de commissie, tenzij uit het verzoek blijkt dat de verzoeker de bereidheid bezit tot zodanige opneming en verder verblijf, de verzoeker meteen na ontvangst van het verzoek schriftelijk mede dat hij bezwaar kan maken tegen zodanige opneming en verder verblijf.