BWBR0004408
Geldig vanaf 1989-01-01
Artikel 20
Besluit indicatie-advisering bejaardenoorden en verpleeginrichtingen
1. De instelling waarvoor de verzoeker zijn voorkeur heeft uitgesproken en waaraan overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, tweede lid, een afschrift van het advies is verzonden kan, indien zij daaraan behoefte heeft, de commissie verzoeken om het rapport ter zake. De commissie zendt dit toe, tenzij de verzoeker daartegen desgevraagd bedenkingen heeft geuit; voor zover het rapport medische gegevens bevat, worden deze bovendien alleen toegezonden met toestemming van een arts, lid van de commissie.
2. De commissie verzoekt de instellingen aan welke overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, tweede lid, een afschrift van het advies is gezonden, binnen acht weken na ontvangst daarvan aan haar op te geven welke maatregelen voor de verzoeker zijn getroffen of binnen welke termijn deze voor hem naar redelijke verwachting beschikbaar zullen zijn.
3. De commissie bevordert de opneming onderscheidenlijk de dagbehandeling van die verzoekers ten aanzien van wie een advies is afgegeven dat strekt tot één der conclusies, vermeld in artikel 13, eerste lid, onder a tot en met d, en waarvan de geldigheidsduur, zo die is bepaald, voor twee-derden is verstreken.
4. Indien in een gebied verpleeginrichtingen en bejaardenoorden, onderling of gezamenlijk, een samenwerkingsverband zijn aangegaan ten behoeve van het treffen van voorzieningen voor hen aan wie een advies is afgegeven dat strekt tot één der conclusies als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a tot en met d, richt de commissie zich bij de uitvoering van het tweede en derde lid tot dat samenwerkingsverband.
2. De commissie verzoekt de instellingen aan welke overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, tweede lid, een afschrift van het advies is gezonden, binnen acht weken na ontvangst daarvan aan haar op te geven welke maatregelen voor de verzoeker zijn getroffen of binnen welke termijn deze voor hem naar redelijke verwachting beschikbaar zullen zijn.
3. De commissie bevordert de opneming onderscheidenlijk de dagbehandeling van die verzoekers ten aanzien van wie een advies is afgegeven dat strekt tot één der conclusies, vermeld in artikel 13, eerste lid, onder a tot en met d, en waarvan de geldigheidsduur, zo die is bepaald, voor twee-derden is verstreken.
4. Indien in een gebied verpleeginrichtingen en bejaardenoorden, onderling of gezamenlijk, een samenwerkingsverband zijn aangegaan ten behoeve van het treffen van voorzieningen voor hen aan wie een advies is afgegeven dat strekt tot één der conclusies als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a tot en met d, richt de commissie zich bij de uitvoering van het tweede en derde lid tot dat samenwerkingsverband.