BWBR0004267
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 2
Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988
1. Het is verboden vis in Nederland aan te landen of te lossen in een andere haven dan de havens Breskens (Gemeente Oostburg), Vlissingen, Vlaardingen, Colijnsplaat (Gemeente Noord-Beveland), Stellendam (Gemeente Goedereede), Scheveningen (Gemeente 's-Gravenhage), IJmuiden en Velsen (Gemeente Velsen), Velsen, Den Helder, Den Oever (gemeente Wieringen), Harlingen, Lauwersoog (Gemeente De Marne), Delfzijl, Termunterzijl (Gemeente Delfzijl), Eemshaven (Gemeente Eemsmond) en Urk.
2. Het is verboden vis aan te landen of te lossen in de havens Breskens, Vlissingen, Vlaardingen, Colijnsplaat, Stellendam, Scheveningen, IJmuiden, Velsen, Den Helder, Den Oever, Harlingen, Lauwersoog, Delfzijl, Termunterzijl, Eemshaven en Urk.
3. Het is verboden in een in het tweede lid genoemde haven op een andere plaats onderscheidenlijk plaatsen vis te lossen dan de in Bijlage 1behorende bij deze regeling genoemde plaatsen.
4. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing op vissersvaartuigen:
a. die behoren tot het segment MFL1 of MFL2, bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Regeling visvergunning, met uitzondering van vissersvaartuigen met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, en die een lengte over alles van meer dan 10 meter hebben, voor het lossen dat is aangevangen in de havens, bedoeld in het eerste lid, behoudens de havens van Vlaardingen en Velsen;
b. met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, voor het lossen dat is aangevangen in de havens, bedoeld in het eerste lid, behoudens de haven van Vlaardingen;
c. met een lengte over alles van 10 meter of minder;
d. die de vlag voeren van of geregistreerd zijn in een andere lid-staat van de Europese Unie dan Nederland en op vissersvaartuigen van een derde land met een lengte over alles van ten hoogste 59 meter, voor het lossen dat is aangevangen in de havens, bedoeld in het eerste lid, behoudens de havens van Vlaardingen en Velsen;
e. die de vlag voeren van of geregistreerd zijn in een andere lid-staat van de Europese Unie dan Nederland en op vissersvaartuigen van een derde land met een lengte over alles van meer dan 59 meter, voor het lossen dat is aangevangen in de havens, bedoeld in het eerste lid, behoudens de haven van Vlaardingen.
5. Nadat het lossen is aangevangen, dient alle zich aan boord van het vissersvaartuig bevindende vis, met uitzondering van paling, in één ononderbroken losbeurt in zijn geheel te worden gelost.
6. Het is verboden aan te vangen met het lossen van vis indien de vis niet per verpakkingseenheid naar vissoort voor zover genoemd in de bijlage 2, 3en 4 van de Regeling vangstbeperkingis gesorteerd.
7. Het is verboden vis van soorten als bedoeld in bijlage 2, 3en 4 van de Regeling vangstbeperkingte lossen tenzij deze vis per vissoort wordt gelost.
8. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor het aanlanden en lossen van vis in de havens van Eemshaven, Harlingen, IJmuiden, Scheveningen, Velsen en Vlissingen indien met een vissersvaartuig een hoeveelheid vis wordt aangeland die voor meer dan 10 ton bestaat uit de soort haring, makreel, horsmakreel of een combinatie daarvan die is gevangen in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van de Verordening van 20 december 2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende aanvoer- en weegprocedures voor haring, makreel en horsmakreel.
9. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing voor het aanlanden en lossen van vis in de havens van IJmuiden en Scheveningen indien:
a. met een vissersvaartuig een hoeveelheid vis wordt aangeland die voor ten minste 95% uit de soort haring bestaat, en
b. de ondernemer voor het vissersvaartuig in het bezit is van een op de in onderdeel a bedoelde vissoort betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 12 van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij.
10. In afwijking van het vierde lid, is het verbod, bedoeld in het tweede lid, niet van toepassing op het aanlanden en lossen van vis als bedoeld in artikel 1 van de Verordening van 19 december 2007 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en tot wijziging van verordening (EG) nr. 520/2007 in de havens van Vlissingen, Scheveningen, IJmuiden, Velsen, Harlingen en Eemshaven.
2. Het is verboden vis aan te landen of te lossen in de havens Breskens, Vlissingen, Vlaardingen, Colijnsplaat, Stellendam, Scheveningen, IJmuiden, Velsen, Den Helder, Den Oever, Harlingen, Lauwersoog, Delfzijl, Termunterzijl, Eemshaven en Urk.
3. Het is verboden in een in het tweede lid genoemde haven op een andere plaats onderscheidenlijk plaatsen vis te lossen dan de in Bijlage 1behorende bij deze regeling genoemde plaatsen.
4. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing op vissersvaartuigen:
a. die behoren tot het segment MFL1 of MFL2, bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Regeling visvergunning, met uitzondering van vissersvaartuigen met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, en die een lengte over alles van meer dan 10 meter hebben, voor het lossen dat is aangevangen in de havens, bedoeld in het eerste lid, behoudens de havens van Vlaardingen en Velsen;
b. met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, voor het lossen dat is aangevangen in de havens, bedoeld in het eerste lid, behoudens de haven van Vlaardingen;
c. met een lengte over alles van 10 meter of minder;
d. die de vlag voeren van of geregistreerd zijn in een andere lid-staat van de Europese Unie dan Nederland en op vissersvaartuigen van een derde land met een lengte over alles van ten hoogste 59 meter, voor het lossen dat is aangevangen in de havens, bedoeld in het eerste lid, behoudens de havens van Vlaardingen en Velsen;
e. die de vlag voeren van of geregistreerd zijn in een andere lid-staat van de Europese Unie dan Nederland en op vissersvaartuigen van een derde land met een lengte over alles van meer dan 59 meter, voor het lossen dat is aangevangen in de havens, bedoeld in het eerste lid, behoudens de haven van Vlaardingen.
5. Nadat het lossen is aangevangen, dient alle zich aan boord van het vissersvaartuig bevindende vis, met uitzondering van paling, in één ononderbroken losbeurt in zijn geheel te worden gelost.
6. Het is verboden aan te vangen met het lossen van vis indien de vis niet per verpakkingseenheid naar vissoort voor zover genoemd in de bijlage 2, 3en 4 van de Regeling vangstbeperkingis gesorteerd.
7. Het is verboden vis van soorten als bedoeld in bijlage 2, 3en 4 van de Regeling vangstbeperkingte lossen tenzij deze vis per vissoort wordt gelost.
8. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor het aanlanden en lossen van vis in de havens van Eemshaven, Harlingen, IJmuiden, Scheveningen, Velsen en Vlissingen indien met een vissersvaartuig een hoeveelheid vis wordt aangeland die voor meer dan 10 ton bestaat uit de soort haring, makreel, horsmakreel of een combinatie daarvan die is gevangen in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van de Verordening van 20 december 2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende aanvoer- en weegprocedures voor haring, makreel en horsmakreel.
9. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing voor het aanlanden en lossen van vis in de havens van IJmuiden en Scheveningen indien:
a. met een vissersvaartuig een hoeveelheid vis wordt aangeland die voor ten minste 95% uit de soort haring bestaat, en
b. de ondernemer voor het vissersvaartuig in het bezit is van een op de in onderdeel a bedoelde vissoort betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 12 van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij.
10. In afwijking van het vierde lid, is het verbod, bedoeld in het tweede lid, niet van toepassing op het aanlanden en lossen van vis als bedoeld in artikel 1 van de Verordening van 19 december 2007 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en tot wijziging van verordening (EG) nr. 520/2007 in de havens van Vlissingen, Scheveningen, IJmuiden, Velsen, Harlingen en Eemshaven.