BWBR0004267
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 3b
Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988
1. Het is voor vissersvaartuigen van derde landen verboden gebruik te maken van havendiensten in andere havens dan de havens, genoemd in artikel 2, eerste lid.
2. Het is voor vissersvaartuigen van derde landen verboden de haven binnen te varen zonder door een ambtenaar van de AID verleende toestemming als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008.
3. In afwijking van het zevende tot en met het tiende lid van artikel 3, doet de kapitein van een vissersvaartuig van een derde land die voornemens is gebruik te maken van een haven als genoemd in artikel 2, eerste lid, de melding, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, ten minste drie werkdagen voor aankomst, door verzending van een door hem ondertekend elektronisch of faxbericht, met daarin de gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, aan de meldkamer van de Algemene Inspectiedienst te Kerkrade.
4. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, tweede lid, 6, eerste en tweede lid, 8, eerste lid, en 10, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008.
5. De aangifte, bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt ingediend bij de meldkamer van de Algemene Inspectiedienst te Kerkrade met gebruikmaking van het in artikel 3, eerste lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op aanlanding, dan wel met gebruikmaking van het in artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op overlading.
2. Het is voor vissersvaartuigen van derde landen verboden de haven binnen te varen zonder door een ambtenaar van de AID verleende toestemming als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008.
3. In afwijking van het zevende tot en met het tiende lid van artikel 3, doet de kapitein van een vissersvaartuig van een derde land die voornemens is gebruik te maken van een haven als genoemd in artikel 2, eerste lid, de melding, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, ten minste drie werkdagen voor aankomst, door verzending van een door hem ondertekend elektronisch of faxbericht, met daarin de gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, aan de meldkamer van de Algemene Inspectiedienst te Kerkrade.
4. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, tweede lid, 6, eerste en tweede lid, 8, eerste lid, en 10, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008.
5. De aangifte, bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt ingediend bij de meldkamer van de Algemene Inspectiedienst te Kerkrade met gebruikmaking van het in artikel 3, eerste lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op aanlanding, dan wel met gebruikmaking van het in artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op overlading.