1. Het is verboden te lossen zonder toestemming van een ambtenaar van de AID.
2. Op verzoek van degene die vis aanlandt, kan de toestemming als bedoeld in het eerste lid worden verleend door een functionaris, namens een ambtenaar van de AID.
3. Vervallen.
4. Vervallen.
5. Het is verboden aan te landen zonder melding aan de AID, overeenkomstig de in de volgende leden opgenomen voorwaarden, waarbij het tijdstip van aanlanding in het meldingsbericht niet meer dan een half uur verschilt van het daadwerkelijke tijdstip van aanlanding en waarbij de AID toestemming kan verlenen om eerder dan het gemelde tijdstip van aanlanding aan te landen.
6. Toestemming als bedoeld in het eerste lid wordt gegeven in de volgorde van melding van het tijdstip van aanlanding.
7. Een melding als bedoeld in het vijfde lid dient:
a. plaats te vinden door verzending van een faxbericht door de kapitein, eigenaar of diens gemachtigde aan de meldkamer van de Algemene Inspectiedienst te Kerkrade (045–5461011), waarin ten minste is aangegeven: 1°. de haven van aanlanding;
2°. de datum en het tijdstip van aanlanding;
3°. de datum en het tijdstip van het doen van de melding;
4°. de roepletters van het vissersvaartuig;
5°. de naam van de ondernemer;
6°. de naam van de kapitein;
7°. de lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig;
8°. voor zover er meer dan 1 ton kabeljauw aan boord van het vissersvaartuig wordt gehouden, de hoeveelheden in kilogram levend gewicht per vissoort waarvan meer dan 50 kg aan boord wordt gehouden;
9°. voor zover er meer dan 10 ton haring, makreel, horsmakreel of een combinatie daarvan, die is gevangen in de gebieden, bedoeld in artikel 2, achtste lid, aan boord wordt gehouden, de hoeveelheden in kilogram levend gewicht per vissoort, het aantal dozen per vissoort en het gebied waar de vis is gevangen, bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1542/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende aanvoer- en weegprocedures voor haring, makreel en horsmakreel (PbEU L337), en
10°. voor zover er meer dan 2 ton heek aan boord van het vissersvaartuig wordt gehouden, die is gevangen in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) Nr. 811/2004 van de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand (PbEU L 150), de hoeveelheden in kilogram levend gewicht per vissoort waarvan meer dan 50 kg aan boord wordt gehouden;
1°. de haven van aanlanding;
2°. de datum en het tijdstip van aanlanding;
3°. de datum en het tijdstip van het doen van de melding;
4°. de roepletters van het vissersvaartuig;
5°. de naam van de ondernemer;
6°. de naam van de kapitein;
7°. de lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig;
8°. voor zover er meer dan 1 ton kabeljauw aan boord van het vissersvaartuig wordt gehouden, de hoeveelheden in kilogram levend gewicht per vissoort waarvan meer dan 50 kg aan boord wordt gehouden;
9°. voor zover er meer dan 10 ton haring, makreel, horsmakreel of een combinatie daarvan, die is gevangen in de gebieden, bedoeld in artikel 2, achtste lid, aan boord wordt gehouden, de hoeveelheden in kilogram levend gewicht per vissoort, het aantal dozen per vissoort en het gebied waar de vis is gevangen, bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1542/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende aanvoer- en weegprocedures voor haring, makreel en horsmakreel (PbEU L337), en
10°. voor zover er meer dan 2 ton heek aan boord van het vissersvaartuig wordt gehouden, die is gevangen in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) Nr. 811/2004 van de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand (PbEU L 150), de hoeveelheden in kilogram levend gewicht per vissoort waarvan meer dan 50 kg aan boord wordt gehouden;
b. ten minste 4 uur vóór het tijdstp van aanlanding plaats te vinden;
c. in afwijking van onderdeel b, door een vaartuig met een lengte over alles van 10 meter of minder ten minste twee uur voor het tijdstip van aanlanding plaats te vinden.
8. In afwijking in zoverre van het zevende lid geschiedt de aldaar genoemde melding in de gevallen, bedoeld in artikel 11 ter, vierde lid, van Verordening (EG) nr. 894/97van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1997 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden (PbEG L 132) ten minste twee uur vóór het tijdstip van aanlanding.
9. Onverminderd artikel 2en het eerste, tweede en vijfde lid is degene die het voornemen heeft met een vissersvaartuig dat de vlag voert van, of geregistreerd is in, een andere lid-staat van de Europese Gemeenschap dan Nederland vis aan te landen of te lossen in een Nederlandse haven verplicht ten minste vier uur voor het tijdstip van aanlanding daarvan melding te doen door verzending van een faxbericht door de kapitein, eigenaar of diens gemachtigde aan de meldkamer van de Algemene Inspectiedienst te Kerkrade (045-5461011), waarin ten minste is aangegeven:
a. de haven van aanlanding;
b. de datum en het tijdstip van aanlanding;
c. de datum en het tijdstip van de melding;
d. de roepletters van het vissersvaartuig;
e. de naam van de kapitein;
f. de lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig en
g. de hoeveelheden per vissoort die zullen worden aangeland.
10. Het negende lid is eveneens van toepassing op degene die het voornemen heeft met een vissersvaartuig van een derde land in een Nederlandse haven vis aan te landen en te lossen met dien verstande dat, behoudens voor zover het betreft een vissersvaartuig dat de vlag voert van, of geregistreerd is in Noorwegen of IJsland, de melding ten minste 72 uur voor het tijdstip van aanlanding moet plaatsvinden en dat die melding tevens inhoudt waar de vangsten zijn gedaan, aan te geven door vermelding van een of meer van de volgende gebieden:
a. de communautaire visserijzone;
b. een visserijzone die onder de jurisdictie of soevereiniteit van een andere staat dan een lidstaat van de Europese Unie;
c. een gebied dat niet onder een van de in onderdelen a en b genoemde gebieden valt.
11. De melding, bedoeld in artikel 24, derde lid, van de verordening van 18 december 2008 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004 en in artikel 8, derde lid, van Verordening (EG) Nr. 811/2004van de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand (PbEU L 150), vindt plaats overeenkomstig het zevende lid, onderdeel a, en bevat de gegevens, bedoeld in dat onderdeel.
12. De melding, bedoeld in het tiende lid, wordt gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.
13. Vervallen.
14. Vervallen.
15. In afwijking van het zevende lid doet de kapitein of diens gemachtigde van een vissersvaartuig dat in de Noordzee heeft gevaren en die een hoeveelheid schol of tong wil aanlanden in een haven of op een plaats van aanlanding in een derde land, ten minste 24 uur vóór de aanlanding in het derde land een melding van:
a. de naam van de haven of de plaats van aanlanding,
b. het vermoedelijke tijdstip van aankomst in die haven of op die plaats van aanlanding,
c. de hoeveelheden, in kilogram levend gewicht, per soort waarvan meer dan 50 kilogram aan boord is.
16. De kapitein, eigenaar of diens gemachtigde van een vissersvaartuig, een vissersvaartuig dat de vlag voert van, of geregistreerd is in, een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap dan Nederland, of een vissersvaartuig van een derde land, dat Dissostichus spp. aan boord heeft en dat gevist heeft in het verdragsgebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 3943/90, (EG) nr. 66/98 en (EG) nr. 1721/1999 (PbEU L 97), laat de melding, bedoeld in het vijfde, negende of tiende lid, vergezeld gaan van een door hem ondertekende schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van die verordening.
17. In afwijking in zoverre van het vijfde, zevende, negende en tiende lid stelt de kapitein, of zijn vertegenwoordiger, van een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 3, onderdeel 1, van verordening (EG) nr. 1386/2007 van 22 oktober 2007 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (PbEU L 318), die het voornemen heeft in een Nederlandse haven vis aan te landen en te lossen, de AID in kennis van de gegevens, bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van die verordening. De kapitein of diens vertegenwoordiger doet de melding ten minste 48 uur voor het vermoedelijke tijdstip van aankomst in de haven door verzending van een elektronisch bericht of een ondertekend faxbericht aan de meldkamer van de AID te Kerkrade (045-5461011).
18. In afwijking van het zevende lid, doen vissersvaartuigen met een lengte over alles van 12 meter of meer of die betrokken zijn bij visserij op bestanden die onder een meerjarenplan vallen en die op grond van
artikel 19a, tweede lid, van de Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij, verplicht zijn de gegevens opgenomen in de logboek-, tevens vangstopgaveformulieren, elektronisch in te dienen, die voornemens zijn vis aan te laden of te lossen in een Nederlandse haven ten minste vier uur voor tijdstip van aankomst in de haven daarvan elektronisch een melding bij de AID, waarin ten minste is aangegeven:
a. het externe identificatienummer en de naam van het vissersvaartuig;
b. de naam van de haven van bestemming en het beoogde doel van het aanmeren;
c. de data van de visreis en de betrokken geografische gebieden waar de vangsten zijn gedaan;
d. de datum en het tijdstip waarop de haven vermoedelijk wordt aangedaan;
e. de in het visserijlogboek, bedoeld in artikel 15 Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij, geregistreerde hoeveelheden per soort, en
f. de hoeveelheden van elke soort die zullen worden aangeland of overgeladen.
19. In afwijking van het negende lid, doen vissersvaartuigen met een lengte over alles van 12 meter of meer of die betrokken zijn bij visserij op bestanden die onder een meerjarenplan vallen en die op grond van
artikel 19a, tweede lid, van de Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij, niet verplicht zijn de gegevens opgenomen in de logboek-, tevens vangstopgaveformulieren, elektronisch in te dienen en die voornemens zijn vis aan te landen of te lossen in Nederland, ten minste vier uur voor het tijdstip van aankomst in de haven een melding aan de AID waarin ten minste de gegevens, bedoeld in het achttiende lid, zijn opgenomen.