BWBR0004267
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 1
Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988
1. a. ondernemer: degene te wiens naam het vissersvaartuig in het visserijregister, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998, is geregistreerd;
b. minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
c. AID: Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
d. functionaris: door de Minister voor de registratie- en verificatiewerkzaamheden in het kader van deze regeling aangewezen persoon;
e. verordening ie.nzake vangstmogelijkheden: Verordening van 14 december 2010 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling, voor 2011, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn;
f. verordening nr. 1005/2008: Verordening nr. 1005/2008/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PbEU L 286);
g. verordening nr. 1010/2009: Verordening nr. 1010/2009/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 oktober 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening nr. 1005/2008/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen (PbEU L 280).
2. Voor de toepassing van het bepaalde in deze regeling vindt het aanlanden van vis plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft gekregen.
3. Deze regeling is van toepassing op vis die is aangewezen krachtens artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de Visserijwet 1963, met uitzondering van vissoorten waarop de binnenvisserij als genoemd in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van die wetwordt uitgeoefend.
4. Voor de toepassing van artikel 3bwordt onder vissersvaartuig verstaan, hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008.
b. minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
c. AID: Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
d. functionaris: door de Minister voor de registratie- en verificatiewerkzaamheden in het kader van deze regeling aangewezen persoon;
e. verordening ie.nzake vangstmogelijkheden: Verordening van 14 december 2010 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling, voor 2011, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn;
f. verordening nr. 1005/2008: Verordening nr. 1005/2008/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PbEU L 286);
g. verordening nr. 1010/2009: Verordening nr. 1010/2009/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 oktober 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening nr. 1005/2008/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen (PbEU L 280).
2. Voor de toepassing van het bepaalde in deze regeling vindt het aanlanden van vis plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft gekregen.
3. Deze regeling is van toepassing op vis die is aangewezen krachtens artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de Visserijwet 1963, met uitzondering van vissoorten waarop de binnenvisserij als genoemd in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van die wetwordt uitgeoefend.
4. Voor de toepassing van artikel 3bwordt onder vissersvaartuig verstaan, hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008.