BWBR0004197
Geldig vanaf 1987-07-25
Artikel 7
Erkenningsregeling vrijwillige plaatsingen jeugdhulpverlening
1. In een indicatie tot (her)plaatsing wordt aangegeven in welke voorziening (her)plaatsing wordt voorgesteld. De indicatie wordt schriftelijk gedaan en met redenen omkleed. De motivering is zodanig dat zij, gelet op de uitgangspunten genoemd in artikel 5en de eis bedoeld in artikel 6, het voorstel kan dragen.
2. Een indicatie tot (her)plaatsing bevat de termijn gedurende welke de jeugdhulpverlening kan plaatsvinden. De termijn bedraagt ten hoogste een half jaar, met dien verstande dat, indien de jeugdige gedurende twee jaren bij dezelfde pleegouder is geplaatst de termijn ten hoogste een jaar bedraagt.
3. Indien de indicatie is dat voortzetting van de hulpverlening in de desbetreffende residentiële voorziening of bij de desbetreffende pleegouder voor de jeugdige niet aangewezen is, doet de ambulante instelling daarvan schriftelijk mededeling aan de minister alsmede aan de desbetreffende residentiële voorziening of de desbetreffende pleegouder.
2. Een indicatie tot (her)plaatsing bevat de termijn gedurende welke de jeugdhulpverlening kan plaatsvinden. De termijn bedraagt ten hoogste een half jaar, met dien verstande dat, indien de jeugdige gedurende twee jaren bij dezelfde pleegouder is geplaatst de termijn ten hoogste een jaar bedraagt.
3. Indien de indicatie is dat voortzetting van de hulpverlening in de desbetreffende residentiële voorziening of bij de desbetreffende pleegouder voor de jeugdige niet aangewezen is, doet de ambulante instelling daarvan schriftelijk mededeling aan de minister alsmede aan de desbetreffende residentiële voorziening of de desbetreffende pleegouder.