BWBR0004197
Geldig vanaf 1987-07-25
Artikel 3
Erkenningsregeling vrijwillige plaatsingen jeugdhulpverlening
Een ambulante instelling voert, in onderling verband, de volgende activiteiten op het terrein van de jeugdhulpverlening uit:
a. het zorgdragen voor een diagnosestelling en het aan de hand daarvan bezien welke vorm van hulpverlening gezien de psycho-sociale problematiek voor de jeugdige de meest aangewezene is en gedurende welke termijn deze nodig zal zijn;
b. indien (her)plaatsing voor de jeugdige aangewezen wordt geacht, het zorgdragen voor de realisering ervan;
c. het regelmatig zorgdragen voor een evaluatie van de hulpverlening alsmede een beoordeling van de thuissituatie en het aan de hand daarvan bezien of voortzetting van de hulpverlening voor de jeugdige aangewezen is;
d. in geval van (her)plaatsing zo mogelijk het bevorderen van het herstel van de relatie tussen de jeugdige en zijn (stief)ouder(s) of voogd;
e. in geval van (her)plaatsing bij een pleegouder, bovendien het dragen van de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van de jeugdige en zijn pleegouder.
a. het zorgdragen voor een diagnosestelling en het aan de hand daarvan bezien welke vorm van hulpverlening gezien de psycho-sociale problematiek voor de jeugdige de meest aangewezene is en gedurende welke termijn deze nodig zal zijn;
b. indien (her)plaatsing voor de jeugdige aangewezen wordt geacht, het zorgdragen voor de realisering ervan;
c. het regelmatig zorgdragen voor een evaluatie van de hulpverlening alsmede een beoordeling van de thuissituatie en het aan de hand daarvan bezien of voortzetting van de hulpverlening voor de jeugdige aangewezen is;
d. in geval van (her)plaatsing zo mogelijk het bevorderen van het herstel van de relatie tussen de jeugdige en zijn (stief)ouder(s) of voogd;
e. in geval van (her)plaatsing bij een pleegouder, bovendien het dragen van de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van de jeugdige en zijn pleegouder.