BWBR0004015
Geldig vanaf 1986-08-19
Artikel 2
Regeling grondverwerving in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Ter zake van de overdracht in eigendom of ter zake van verpachtingen van gronden, gelegen in een blok in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, aan het bureau, kan nadat het herinrichtingsplan is vastgesteld en voordat de lijst van rechthebbenden vast is komen te staan dan wel de pachtregistratie heeft plaatsgevonden, zolang de mogelijkheid, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van de wet, voordien niet is gesloten, aan de gebruiker van die grond een toeslag worden verleend op de voet van de navolgende bepalingen.
2. Het eerste lid is de gedeelten van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën waarin geen herverkaveling plaatsvindt, van overeenkomstige toepassing, tot een op voorstel van de centrale commissie door de minister te bepalen tijdstip.
3. De minister maakt het in het tweede lid bedoelde tijdstip bekend in de Staatscourant, in ten minste twee dag- of nieuwsbladen, die in het gebied worden verspreid en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze.
2. Het eerste lid is de gedeelten van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën waarin geen herverkaveling plaatsvindt, van overeenkomstige toepassing, tot een op voorstel van de centrale commissie door de minister te bepalen tijdstip.
3. De minister maakt het in het tweede lid bedoelde tijdstip bekend in de Staatscourant, in ten minste twee dag- of nieuwsbladen, die in het gebied worden verspreid en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze.