BWBR0004015
Geldig vanaf 1986-08-19
Artikel 7
Regeling grondverwerving in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. De gebruiker alsmede diens echtgenoot mogen na het in artikel 6, eerste lid, bedoelde tijdstip, waarop het bedrijf dient te zijn beëindigd, de landbouw niet meer bedrijfsmatig uitoefenen anders dan op het gedeelte van de grond dat de gebruiker krachtens artikel 4, derde lid, en artikel 6, tweede lid, behoudt.
2. Onder meer degene, die in de landbouw zijn hoofdbestaan vindt en tevens ten minste één hectare cultuurgrond in gebruik heeft, dan wel een tuinbouwbedrijf uitoefent, dan wel ten minste één rund, één fokvarken, drie mestvarkens of drie schapen, dan wel ten minste één en vijftig stuks hoenders of eenden houdt, oefent bedrijfsmatig de landbouw uit.
2. Onder meer degene, die in de landbouw zijn hoofdbestaan vindt en tevens ten minste één hectare cultuurgrond in gebruik heeft, dan wel een tuinbouwbedrijf uitoefent, dan wel ten minste één rund, één fokvarken, drie mestvarkens of drie schapen, dan wel ten minste één en vijftig stuks hoenders of eenden houdt, oefent bedrijfsmatig de landbouw uit.