BWBR0004015
Geldig vanaf 1986-08-19
Artikel 4
Regeling grondverwerving in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. De gebruiker dient de grond, waarop hij zijn bedrijf uitoefent en waarvan hij eigenaar is, in zijn geheel aan het bureau in eigendom over te dragen.
2. Indien tot het bedrijf van de gebruiker grond behoort waarvan hij geen eigenaar is, dient de eigenaar deze grond aan het bureau in eigendom over te dragen of onder door het bureau te stellen voorwaarden voor een door het bureau te bepalen termijn, welke ten minste 12 jaar zal bedragen, te verpachten, dan wel deze grond voor een door de directeur goed te keuren termijn te verpachten aan of op deze grond een zakelijk recht te vestigen ten behoeve van een in overeenstemming met de directeur aan te wijzen persoon, dan wel onder door de directeur te stellen voorwaarden deze grond zelf in gebruik te nemen.
3. In bijzondere gevallen kan de directeur toestemming verlenen, dat in afwijking van het in het eerste en tweede lid bepaalde de gebruiker een gedeelte van de aldaar bedoelde grond in eigendom of gebruik behoudt. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
2. Indien tot het bedrijf van de gebruiker grond behoort waarvan hij geen eigenaar is, dient de eigenaar deze grond aan het bureau in eigendom over te dragen of onder door het bureau te stellen voorwaarden voor een door het bureau te bepalen termijn, welke ten minste 12 jaar zal bedragen, te verpachten, dan wel deze grond voor een door de directeur goed te keuren termijn te verpachten aan of op deze grond een zakelijk recht te vestigen ten behoeve van een in overeenstemming met de directeur aan te wijzen persoon, dan wel onder door de directeur te stellen voorwaarden deze grond zelf in gebruik te nemen.
3. In bijzondere gevallen kan de directeur toestemming verlenen, dat in afwijking van het in het eerste en tweede lid bepaalde de gebruiker een gedeelte van de aldaar bedoelde grond in eigendom of gebruik behoudt. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.