BWBR0004015
Geldig vanaf 1986-08-19
Artikel 6
Regeling grondverwerving in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. De gebruiker dient uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar, waarin de grond aan het bureau in eigendom overgedragen of verpacht wordt, zijn bedrijf te beëindigen, behoudens voor zover het bedrijf wordt uitgeoefend op het gedeelte van de grond, dat de gebruiker krachtens het derde lid van artikel 4behoudt.
2. a. Mits de grond, waarvan de gebruiker eigenaar is in zijn geheel aan het bureau in eigendom wordt overgedragen, kan de directeur, voor zover de Grondkamer goedkeuring verleent aan één of meer pachtovereenkomsten voor de duur van ten hoogste één jaar, onder door hem te stellen voorwaarden, toestemming verlenen, dat het bedrijf na het in het eerste lid bedoelde tijdstip wordt beëindigd. Dit vindt slechts toepassing indien de gebruiker op het tijdstip van het verzoek om een toeslag de 50-jarige leeftijd heeft bereikt.
b. Het bedrijf, gelegen in een blok, bedoeld in artikel 2, eerste lid, dient beëindigd te worden uiterlijk aan het einde van de pachtovereenkomst tijdens de geldigheidsduur waarvan de lijst van rechthebbenden vast is komen te staan of de pachtregistratie heeft plaatsgevonden, dan wel de mogelijkheid, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van de wet is gesloten.
c. Het bedrijf, gelegen in een gebeid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, dient beëindigd te worden uiterlijk aan het einde van de pachtovereenkomst tijdens de geldigheidsduur waarvan het besluit omtrent het tijdstip, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt genomen.
2. a. Mits de grond, waarvan de gebruiker eigenaar is in zijn geheel aan het bureau in eigendom wordt overgedragen, kan de directeur, voor zover de Grondkamer goedkeuring verleent aan één of meer pachtovereenkomsten voor de duur van ten hoogste één jaar, onder door hem te stellen voorwaarden, toestemming verlenen, dat het bedrijf na het in het eerste lid bedoelde tijdstip wordt beëindigd. Dit vindt slechts toepassing indien de gebruiker op het tijdstip van het verzoek om een toeslag de 50-jarige leeftijd heeft bereikt.
b. Het bedrijf, gelegen in een blok, bedoeld in artikel 2, eerste lid, dient beëindigd te worden uiterlijk aan het einde van de pachtovereenkomst tijdens de geldigheidsduur waarvan de lijst van rechthebbenden vast is komen te staan of de pachtregistratie heeft plaatsgevonden, dan wel de mogelijkheid, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van de wet is gesloten.
c. Het bedrijf, gelegen in een gebeid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, dient beëindigd te worden uiterlijk aan het einde van de pachtovereenkomst tijdens de geldigheidsduur waarvan het besluit omtrent het tijdstip, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt genomen.