BWBR0003881
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 29
Vaststelling Richtlijnen 1986 voor beoordelen oprichtingen en statutenwijzigingen van n.v.'s en b.v.'s met beperkte aansprakelijkheid
Besluiten tot uitgifte van aandelen mogen worden onderworpen aan de goedkeuring van andere vennootschapsorganen en afhankelijk worden gesteld van een voorstel van zulk een orgaan (art. 67, 96, 96a).
Indien de statuten bevoegdheid tot het uitgeven van aandelen aan enig ander vennootschapsorgaan dan aan de algemene vergadering toekennen, moet worden aangegeven hoeveel aandelen het aangewezen orgaan mag uitgeven. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan moet voor elke soort aandelen blijken tot welk bedrag het aangewezen orgaan mag uitgeven. Wanneer de statuten bepalen dat het aangewezen orgaan alle nog niet uitgegeven aandelen mag uitgeven, moet tot uitdrukking worden gebracht of al dan niet tevens op aandelen wordt gedoeld die na een eventuele latere verhoging van het maatschappelijk kapitaal kunnen worden uitgegeven.
Voordat de bevoegdheid tot uitgifte van aandelen is verlopen, mag zij bij statutenwijziging slechts worden herroepen, indien de toekenning of de verlenging daarvan uitdrukkelijk herroepelijk is gesteld.
Indien bij de statuten de bevoegdheid tot uitgifte van aandelen wordt toegekend aan een ander vennootschapsorgaan dan de algemene vergadering, moet de datum worden vermeld waarop deze bevoegdheid (behoudens verlenging met of zonder statutenwijziging) zal vervallen. Deze datum mag niet later liggen dan vijf jaren na de akte van statutenwijziging.
Indien bij de statuten de bevoegdheid tot uitgifte van aandelen is toegekend aan een ander vennootschapsorgaan dan aan de algemene vergadering, mag tevens worden bepaald dat dit zelfde orgaan bevoegd is te beslissen dat aandeelhouders bij uitgifte van aandelen geen voorkeursrecht hebben. De eerste alinea van deze paragraaf en de beide voorgaande alinea's zijn van toepassing op de toekenning van deze bevoegdheid. De vervaldatum van deze bevoegdheid mag niet later vallen dan de vervaldatum van de bevoegdheid tot uitgifte van aandelen.
Regelingen betreffende het voorkeursrecht op uit te geven aandelen die zich uitstrekken tot aandelen die worden uitgegeven aan werknemers van de vennootschap of van een groepsmaatschappij zijn niet toegestaan.
Indien de statuten aan preferente aandeelhouders en/of bij uitgifte van preferente aandelen een voorkeursrecht toekennen, zijn zij vrij in de aanwijzing van een vennootschapsorgaan dat in een dergelijk geval dit voorkeursrecht terzijde mag stellen, al dan niet onder goedkeuring van een ander vennootschapsorgaan . Dit geldt ook ten aanzien van prioriteitsaandelen en houders daarvan, mits die prioriteitsaandelen voldoen aan de omschrijving van artikel 96a, lid 2 van boek 2 B.W. Op deze paragraaf gelden uitzonderingen voor beleggingsmaatschappijen met veranderlijk kapitaal.
Indien de statuten bevoegdheid tot het uitgeven van aandelen aan enig ander vennootschapsorgaan dan aan de algemene vergadering toekennen, moet worden aangegeven hoeveel aandelen het aangewezen orgaan mag uitgeven. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan moet voor elke soort aandelen blijken tot welk bedrag het aangewezen orgaan mag uitgeven. Wanneer de statuten bepalen dat het aangewezen orgaan alle nog niet uitgegeven aandelen mag uitgeven, moet tot uitdrukking worden gebracht of al dan niet tevens op aandelen wordt gedoeld die na een eventuele latere verhoging van het maatschappelijk kapitaal kunnen worden uitgegeven.
Voordat de bevoegdheid tot uitgifte van aandelen is verlopen, mag zij bij statutenwijziging slechts worden herroepen, indien de toekenning of de verlenging daarvan uitdrukkelijk herroepelijk is gesteld.
Indien bij de statuten de bevoegdheid tot uitgifte van aandelen wordt toegekend aan een ander vennootschapsorgaan dan de algemene vergadering, moet de datum worden vermeld waarop deze bevoegdheid (behoudens verlenging met of zonder statutenwijziging) zal vervallen. Deze datum mag niet later liggen dan vijf jaren na de akte van statutenwijziging.
Indien bij de statuten de bevoegdheid tot uitgifte van aandelen is toegekend aan een ander vennootschapsorgaan dan aan de algemene vergadering, mag tevens worden bepaald dat dit zelfde orgaan bevoegd is te beslissen dat aandeelhouders bij uitgifte van aandelen geen voorkeursrecht hebben. De eerste alinea van deze paragraaf en de beide voorgaande alinea's zijn van toepassing op de toekenning van deze bevoegdheid. De vervaldatum van deze bevoegdheid mag niet later vallen dan de vervaldatum van de bevoegdheid tot uitgifte van aandelen.
Regelingen betreffende het voorkeursrecht op uit te geven aandelen die zich uitstrekken tot aandelen die worden uitgegeven aan werknemers van de vennootschap of van een groepsmaatschappij zijn niet toegestaan.
Indien de statuten aan preferente aandeelhouders en/of bij uitgifte van preferente aandelen een voorkeursrecht toekennen, zijn zij vrij in de aanwijzing van een vennootschapsorgaan dat in een dergelijk geval dit voorkeursrecht terzijde mag stellen, al dan niet onder goedkeuring van een ander vennootschapsorgaan . Dit geldt ook ten aanzien van prioriteitsaandelen en houders daarvan, mits die prioriteitsaandelen voldoen aan de omschrijving van artikel 96a, lid 2 van boek 2 B.W. Op deze paragraaf gelden uitzonderingen voor beleggingsmaatschappijen met veranderlijk kapitaal.