BWBR0003881
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 20
Vaststelling Richtlijnen 1986 voor beoordelen oprichtingen en statutenwijzigingen van n.v.'s en b.v.'s met beperkte aansprakelijkheid
Het departement gaat na of blokkeringsregelingen voldoen aan de eisen die de wet en de paragrafen 21 t/m 26 stellen. In het bijzonder wordt er op gelet dat de overdragende aandeelhouder geen genoegen hoeft te nemen met een andere prijs dan vastgesteld door deskundigen, dat hem de vastgestelde of overeengekomen prijs desgewenst contant wordt betaald en dat hij zich nog kan terugtrekken nadat de prijs en de gegadigden bekend zijn. Er wordt niet op gelet of de regeling kan vastlopen bij stilzitten van een der partijen en of zij doelmatig is. Combinaties van verschillende regelingen zijn toegestaan. Ook mogen verschillende blokkeringsregelingen gelden afhankelijk van de soort aandelen of van de aandeelhouders (art. 195).
Toegestaan wordt een regeling volgens welke de overdracht slechts aan bepaalde personen binnen een in artikel 195 lid 1 van boek 2 B.W. genoemde groep verwanten of aan bepaalde aandeelhouders vrij is. Als dergelijke personen met name worden genoemd, moet daarbij worden bepaald dat zij ten tijde van de overdracht moeten behoren tot een van de groepen die artikel 195 lid 1 noemt.
De statuten moeten bepalen dat de vennootschap niet of dat zij slechts met instemming van de verzoeker als gegadigde kan optreden. Gezien de strekking van de wet wordt de bepaling toegestaan dat deze instemming niet vereist is voor overdracht van prioriteitsaandelen waarvan de statuten overeenkomstig paragraaf 26 bepalen dat zij ten hoogste a pari kunnen worden overgedragen.
Toegestaan wordt een regeling volgens welke de overdracht slechts aan bepaalde personen binnen een in artikel 195 lid 1 van boek 2 B.W. genoemde groep verwanten of aan bepaalde aandeelhouders vrij is. Als dergelijke personen met name worden genoemd, moet daarbij worden bepaald dat zij ten tijde van de overdracht moeten behoren tot een van de groepen die artikel 195 lid 1 noemt.
De statuten moeten bepalen dat de vennootschap niet of dat zij slechts met instemming van de verzoeker als gegadigde kan optreden. Gezien de strekking van de wet wordt de bepaling toegestaan dat deze instemming niet vereist is voor overdracht van prioriteitsaandelen waarvan de statuten overeenkomstig paragraaf 26 bepalen dat zij ten hoogste a pari kunnen worden overgedragen.