BWBR0003881
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 10
Vaststelling Richtlijnen 1986 voor beoordelen oprichtingen en statutenwijzigingen van n.v.'s en b.v.'s met beperkte aansprakelijkheid
Indien de statuten een regeling voor de vertegenwoordigingsbevoegdheid bevatten, dient daaruit duidelijk te blijken welke bestuurders bevoegd zijn de vennootschap te vertegenwoordigen (art. 130, 240).
De statuten mogen – indien er één bestuurder is – zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid niet beperken of hem deze ontnemen.
De statuten mogen – indien er meerdere bestuurders zijn – de vertegenwoordigingsbevoegdheid slechts aan de bestuurders gezamenlijk onthouden indien zij tevens bepalen dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid wordt toegekend aan een of meer met name of in functie aangeduide bestuurders, dan wel aan twee of meer gezamenlijk handelende bestuurders.
De statuten mogen bepalen dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid berust bij een of meer bestuurders tezamen met een of meer andere personen al dan niet in dienst der vennootschap. Hun bevoegdheid mag niet anders worden beperkt dan door het vereiste dat zij gezamenlijk moeten handelen.
Indien uit de statuten blijkt dat niet iedere bestuurder afzonderlijk bevoegd is de vennootschap te vertegenwoordigen, mogen zij daarnaast bepalen dat het bestuur een of meer bestuurders een volmacht kan geven de vennootschap binnen de daarin omschreven grenzen te vertegenwoordigen. De statuten mogen in dit geval inhouden dat het bestuur deze volmacht ook kan beperken door de medewerking te eisen van een of meer andere personen.
Indien vertegenwoordigingsbevoegdheid wordt toegekend aan gezamenlijk handelende personen, dienen de statuten het concrete aantal dier personen te noemen wier gezamenlijke optreden vereist is, behoudens voor zover deze bevoegdheid wordt toegekend aan de gezamenlijk handelende bestuurders.
Indien de statuten aan personen, niet zijnde bestuurder, vertegenwoordigingsbevoegdheid toekennen die op andere wijze is beperkt dan door het vereiste dat zij gezamenlijk moeten handelen, mag niet de term ‘algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid’ worden gebezigd.
Aan commissarissen mag in de statuten geen vertegenwoordigingsbevoegdheid worden verleend anders dan in gevallen in de wet bepaald of bij belet of ontstentenis van bestuurders.
De statuten mogen – indien er één bestuurder is – zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid niet beperken of hem deze ontnemen.
De statuten mogen – indien er meerdere bestuurders zijn – de vertegenwoordigingsbevoegdheid slechts aan de bestuurders gezamenlijk onthouden indien zij tevens bepalen dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid wordt toegekend aan een of meer met name of in functie aangeduide bestuurders, dan wel aan twee of meer gezamenlijk handelende bestuurders.
De statuten mogen bepalen dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid berust bij een of meer bestuurders tezamen met een of meer andere personen al dan niet in dienst der vennootschap. Hun bevoegdheid mag niet anders worden beperkt dan door het vereiste dat zij gezamenlijk moeten handelen.
Indien uit de statuten blijkt dat niet iedere bestuurder afzonderlijk bevoegd is de vennootschap te vertegenwoordigen, mogen zij daarnaast bepalen dat het bestuur een of meer bestuurders een volmacht kan geven de vennootschap binnen de daarin omschreven grenzen te vertegenwoordigen. De statuten mogen in dit geval inhouden dat het bestuur deze volmacht ook kan beperken door de medewerking te eisen van een of meer andere personen.
Indien vertegenwoordigingsbevoegdheid wordt toegekend aan gezamenlijk handelende personen, dienen de statuten het concrete aantal dier personen te noemen wier gezamenlijke optreden vereist is, behoudens voor zover deze bevoegdheid wordt toegekend aan de gezamenlijk handelende bestuurders.
Indien de statuten aan personen, niet zijnde bestuurder, vertegenwoordigingsbevoegdheid toekennen die op andere wijze is beperkt dan door het vereiste dat zij gezamenlijk moeten handelen, mag niet de term ‘algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid’ worden gebezigd.
Aan commissarissen mag in de statuten geen vertegenwoordigingsbevoegdheid worden verleend anders dan in gevallen in de wet bepaald of bij belet of ontstentenis van bestuurders.