BWBR0003881
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 14
Vaststelling Richtlijnen 1986 voor beoordelen oprichtingen en statutenwijzigingen van n.v.'s en b.v.'s met beperkte aansprakelijkheid
Voor zover uit de tekst of strekking van de wet niet anders volgt, zijn de voorafgaande paragrafen van toepassing op statuten van vennootschappen waarvoor de bepalingen voor grote vennootschappen wettelijk of krachtens de statuten geheel of gedeeltelijk gelden (structuurvennootschappen) (art. 158–164, 268–274).
Het departement ziet er op toe dat de statuten van een structuurvennootschap de hiervoor bedoelde artikelen van toepassing verklaren, voor zover deze niet worden overgenomen. Indien de statuten aldus zijn ingericht, moet de vennootschap bij een statutenwijziging die afwijkt van de wettelijke regeling voor structuurvennootschappen, aantonen dat die wettelijke regeling niet (meer) op haar van toepassing is.
Bij vrijwillige toepassing van de regeling voor structuurvennootschappen moet worden aangetoond dat de bevoegdheden van de ondernemingsraad zullen toekomen aan een of meer reeds ingestelde ondernemingsraden in de zin der wet.
De statuten mogen geen kwaliteitseisen voor commissarissen bevatten. De statuten mogen geen maximum termijn stellen voor het doen van een aanbeveling voor een te benoemen commissaris; zij mogen bepalen dat de raad van commissarissen daartoe een redelijke termijn kan stellen.
De statuten mogen de wettelijke zittingsduur van commissarissen beperken. Indien zij bepalen dat een rooster van aftreden van commissarissen kan of zal worden vastgesteld, moet dit worden vastgesteld door de raad van commissarissen en mag de vaststelling niet worden onderworpen aan de goedkeuring van wie dan ook. De statuten moeten dan tevens bepalen dat een wijziging van het rooster niet kan meebrengen dat een zittende commissaris tegen zijn wil aftreedt voor het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd.
Indien de bestuurders worden benoemd conform het bepaalde in de artikelen 162 of 272, moet de regeling voor het geval van ontstentenis of belet van bestuurders het tijdelijke bestuur opdragen aan de raad van commissarissen of aan een of meer door deze raad aan te wijzen of aangewezen personen. De statuten mogen geen beperking inhouden van de bevoegdheden die de wet toekent aan de raad van commissarissen van een structuurvennootschap. Besluiten van het bestuur omtrent de onderwerpen die de artikelen 164 en 274 van boek 2 B.W. opsomt, mogen worden onderworpen aan de goedkeuring van een ander vennootschapsorgaan naast het vereiste van goedkeuring door de raad van commissarissen.
Het departement ziet er op toe dat de statuten van een structuurvennootschap de hiervoor bedoelde artikelen van toepassing verklaren, voor zover deze niet worden overgenomen. Indien de statuten aldus zijn ingericht, moet de vennootschap bij een statutenwijziging die afwijkt van de wettelijke regeling voor structuurvennootschappen, aantonen dat die wettelijke regeling niet (meer) op haar van toepassing is.
Bij vrijwillige toepassing van de regeling voor structuurvennootschappen moet worden aangetoond dat de bevoegdheden van de ondernemingsraad zullen toekomen aan een of meer reeds ingestelde ondernemingsraden in de zin der wet.
De statuten mogen geen kwaliteitseisen voor commissarissen bevatten. De statuten mogen geen maximum termijn stellen voor het doen van een aanbeveling voor een te benoemen commissaris; zij mogen bepalen dat de raad van commissarissen daartoe een redelijke termijn kan stellen.
De statuten mogen de wettelijke zittingsduur van commissarissen beperken. Indien zij bepalen dat een rooster van aftreden van commissarissen kan of zal worden vastgesteld, moet dit worden vastgesteld door de raad van commissarissen en mag de vaststelling niet worden onderworpen aan de goedkeuring van wie dan ook. De statuten moeten dan tevens bepalen dat een wijziging van het rooster niet kan meebrengen dat een zittende commissaris tegen zijn wil aftreedt voor het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd.
Indien de bestuurders worden benoemd conform het bepaalde in de artikelen 162 of 272, moet de regeling voor het geval van ontstentenis of belet van bestuurders het tijdelijke bestuur opdragen aan de raad van commissarissen of aan een of meer door deze raad aan te wijzen of aangewezen personen. De statuten mogen geen beperking inhouden van de bevoegdheden die de wet toekent aan de raad van commissarissen van een structuurvennootschap. Besluiten van het bestuur omtrent de onderwerpen die de artikelen 164 en 274 van boek 2 B.W. opsomt, mogen worden onderworpen aan de goedkeuring van een ander vennootschapsorgaan naast het vereiste van goedkeuring door de raad van commissarissen.