BWBR0003700
Geldig vanaf 1984-09-07
Artikel 9
Besluit Kernprogramma opleiding diploma Kraamverzorgster 1984
De in artikel 8 genoemde lessen dienen gegeven te worden door de hieronder genoemde docenten met de daarachter vermelde diploma's en bevoegdheden:
anatomie en fysiologie: A-verpleegkundige met aantekening Kraamverpleging of specialisatie obstetrie/gynaecologie, bij voorkeur in het bezit van een diploma docent-verpleegkunde, HBO-V of arts;
verloskunde: verloskundige of arts;
kraamzorg: A-verpleegkundige met aantekening kraamverpleging en met aantekening maatschappelijke gezondheidszorg of een A-verpleegkundige met aantekening kraamverpleging of specialisatie obstetrie/gynaecologie en in het bezit van het diploma van de docentenopleiding of HBO-V met voldoende ervaring in de kraamverpleging;
kindergeneeskunde: arts met ervaring in de zorg voor de pasgeborene;
sociale kinderhygiëne: districtsverpleegkundige voor kinderhygiëne of kinderhygiënist;
maatschappelijke gezondheidszorg: arts (jeugdgezondheidszorg), A-verpleegkundige met aantekening maatschappelijke gezondheidszorg, HBO-V;
anatomie en fysiologie: A-verpleegkundige met aantekening Kraamverpleging of specialisatie obstetrie/gynaecologie, bij voorkeur in het bezit van een diploma docent-verpleegkunde, HBO-V of arts;
verloskunde: verloskundige of arts;
kraamzorg: A-verpleegkundige met aantekening kraamverpleging en met aantekening maatschappelijke gezondheidszorg of een A-verpleegkundige met aantekening kraamverpleging of specialisatie obstetrie/gynaecologie en in het bezit van het diploma van de docentenopleiding of HBO-V met voldoende ervaring in de kraamverpleging;
kindergeneeskunde: arts met ervaring in de zorg voor de pasgeborene;
sociale kinderhygiëne: districtsverpleegkundige voor kinderhygiëne of kinderhygiënist;
maatschappelijke gezondheidszorg: arts (jeugdgezondheidszorg), A-verpleegkundige met aantekening maatschappelijke gezondheidszorg, HBO-V;