BWBR0003700
Geldig vanaf 1984-09-07
Artikel 11
Besluit Kernprogramma opleiding diploma Kraamverzorgster 1984
1. De leerling wordt slechts tot de praktijkperiode toegelaten indien:
a. de praktische vaardigheden en het persoonlijk functioneren in de internaatsperiode met voldoende of goed zijn gewaardeerd;
b. de theoretische kennis en het inzicht met voldoende of goed is gewaardeerd;
c. de handelingen wat betreft het huishoudelijk werk door of namens de directrice zijn afgetekend in het praktijkboekje;
d. het aantal onderbrekingsdagen gedurende de internaatsperiode niet meer heeft bedragen dan toegestaan ingevolge artikel 4;
2. Heeft de leerling voor ëën van de in het eerste lid genoemde onderdelen a en b een onvoldoende dan wordt de leerling tot de praktijkperiode toegelaten onder voorwaarde dat binnen 2-3 maanden na aanvang een herwaardering plaatsvindt;
3. Is deze herwaardering onvoldoende, dan wordt de leerling van de opleiding in de desbetreffende instelling uitgesloten.
4. In bijzondere gevallen kan de directrice van het internaat toestaan dat na een onvoldoende herwaardering als bedoeld in het derde lid wederom een herwaardering plaatsvindt. Hierop is het derde lid van toepassing.
5. Indien een leerling voor beide in het eerste lid genoemde onderdelen a en b een onvoldoende heeft, dan wordt de leerling van de opleiding in de desbetreffende instelling uitgesloten
a. de praktische vaardigheden en het persoonlijk functioneren in de internaatsperiode met voldoende of goed zijn gewaardeerd;
b. de theoretische kennis en het inzicht met voldoende of goed is gewaardeerd;
c. de handelingen wat betreft het huishoudelijk werk door of namens de directrice zijn afgetekend in het praktijkboekje;
d. het aantal onderbrekingsdagen gedurende de internaatsperiode niet meer heeft bedragen dan toegestaan ingevolge artikel 4;
2. Heeft de leerling voor ëën van de in het eerste lid genoemde onderdelen a en b een onvoldoende dan wordt de leerling tot de praktijkperiode toegelaten onder voorwaarde dat binnen 2-3 maanden na aanvang een herwaardering plaatsvindt;
3. Is deze herwaardering onvoldoende, dan wordt de leerling van de opleiding in de desbetreffende instelling uitgesloten.
4. In bijzondere gevallen kan de directrice van het internaat toestaan dat na een onvoldoende herwaardering als bedoeld in het derde lid wederom een herwaardering plaatsvindt. Hierop is het derde lid van toepassing.
5. Indien een leerling voor beide in het eerste lid genoemde onderdelen a en b een onvoldoende heeft, dan wordt de leerling van de opleiding in de desbetreffende instelling uitgesloten