BWBR0003508
Geldig vanaf 1982-09-01
Artikel 9
Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen
De artikelen 71, 72en 111, eerste lid, aanhef en onder a, van de wetzijn met betrekking tot op het tijdstip van de vaststelling van een zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53 van de wetaanwezige of in aanbouw zijnde gebouwen als bedoeld in artikel 4, derde lid, onder a tot en met e, alsmede van terreinen als bedoeld in artikel 4a, vierde lid, onder a, die op het tijdstip van de vaststelling een hogere geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, ondervinden dan 55 dB(A), van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
- de met overeenkomstige toepassing van artikel 72, tweede lid, van de wet door Onze Minister vast te stellen ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de uitwendige scheidingsconstructie van de in artikel 4, derde lid, onder a, b, c en d, bedoelde categorieën van gebouwen, 65 dB(A) niet te boven mag gaan;
- de met overeenkomstige toepassing van artikel 72, tweede lid, van de wet door Onze Minister vast te stellen ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de uitwendige scheidingsconstructie van de in artikel 4, derde lid, onder e, bedoelde categorieën van gebouwen, 60 dB(A) niet te boven mag gaan;
- de met overeenkomstige toepassing van artikel 72, tweede lid, van de wet door Onze Minister vast te stellen ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, aan de grens van terreinen als bedoeld in artikel 4a, vierde lid, onder a, 60 dB(A) niet te boven mag gaan;
- de met overeenkomstige toepassing van artikel 111, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet door het college van burgemeester en wethouders te treffen maatregelen bevorderen, dat de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, a. binnen de verblijfsruimten, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, 35 dB(A), en
b. binnen de verblijfsruimten, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, 40 dB(A),
a. binnen de verblijfsruimten, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, 35 dB(A), en
b. binnen de verblijfsruimten, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, 40 dB(A),
niet te boven zal gaan.
- de met overeenkomstige toepassing van artikel 72, tweede lid, van de wet door Onze Minister vast te stellen ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de uitwendige scheidingsconstructie van de in artikel 4, derde lid, onder a, b, c en d, bedoelde categorieën van gebouwen, 65 dB(A) niet te boven mag gaan;
- de met overeenkomstige toepassing van artikel 72, tweede lid, van de wet door Onze Minister vast te stellen ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de uitwendige scheidingsconstructie van de in artikel 4, derde lid, onder e, bedoelde categorieën van gebouwen, 60 dB(A) niet te boven mag gaan;
- de met overeenkomstige toepassing van artikel 72, tweede lid, van de wet door Onze Minister vast te stellen ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, aan de grens van terreinen als bedoeld in artikel 4a, vierde lid, onder a, 60 dB(A) niet te boven mag gaan;
- de met overeenkomstige toepassing van artikel 111, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet door het college van burgemeester en wethouders te treffen maatregelen bevorderen, dat de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, a. binnen de verblijfsruimten, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, 35 dB(A), en
b. binnen de verblijfsruimten, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, 40 dB(A),
a. binnen de verblijfsruimten, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, 35 dB(A), en
b. binnen de verblijfsruimten, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, 40 dB(A),
niet te boven zal gaan.