BWBR0003508
Geldig vanaf 1982-09-01
Artikel 2
Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen
1. Met betrekking tot nieuw te bouwen, nog niet in aanbouw zijnde woningen kunnen gedeputeerde staten toepassing geven aan artikel 47, eerste lid, van de wet, indien de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de uitwendige scheidingsconstructie van de betrokken woningen, tot 50 dB(A) onvoldoende doeltreffend zal zijn.
2. Het eerste lid vindt slechts toepassing in die gevallen waarin:
a. het referentieniveau ter plaatse van de uitwendige scheidingsconstructie van de woningen waarvoor de hogere waarde is verzocht, hoger is dan of gelijk is aan het equivalente geluidsniveau vanwege het betrokken industrieterrein, of
b. de woningen ter plaatse noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid, of
c. de woningen in een dorps- of stadsvernieuwingsplan worden opgenomen, dan wel door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen, of
d. de ligging van de geluidsbronnen op het betrokken industrieterrein zodanig is dat de geluidsbelasting, vanwege dit industrieterrein en vanwege andere geluidsbronnen, van ten minste één uitwendige scheidingsconstructie van elk van de woningen lager is dan of gelijk is aan 50 dB(A), of
e. de woningen ter plaatse gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing.
3. Met betrekking tot nieuw te bouwen, nog niet in aanbouw zijnde woningen kunnen gedeputeerde staten toepassing geven aan artikel 66 van de wetin gevallen als bedoeld in het tweede lid, onder atot en met e, indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de uitwendige scheidingsconstructie van de betrokken woningen tot 50 dB(A) onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van de stedebouwkundige, landschappelijke of financiële aard.
2. Het eerste lid vindt slechts toepassing in die gevallen waarin:
a. het referentieniveau ter plaatse van de uitwendige scheidingsconstructie van de woningen waarvoor de hogere waarde is verzocht, hoger is dan of gelijk is aan het equivalente geluidsniveau vanwege het betrokken industrieterrein, of
b. de woningen ter plaatse noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid, of
c. de woningen in een dorps- of stadsvernieuwingsplan worden opgenomen, dan wel door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen, of
d. de ligging van de geluidsbronnen op het betrokken industrieterrein zodanig is dat de geluidsbelasting, vanwege dit industrieterrein en vanwege andere geluidsbronnen, van ten minste één uitwendige scheidingsconstructie van elk van de woningen lager is dan of gelijk is aan 50 dB(A), of
e. de woningen ter plaatse gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing.
3. Met betrekking tot nieuw te bouwen, nog niet in aanbouw zijnde woningen kunnen gedeputeerde staten toepassing geven aan artikel 66 van de wetin gevallen als bedoeld in het tweede lid, onder atot en met e, indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de uitwendige scheidingsconstructie van de betrokken woningen tot 50 dB(A) onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van de stedebouwkundige, landschappelijke of financiële aard.