BWBR0003508
Geldig vanaf 1982-09-01
Artikel 11
Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen
1. Burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in artikel 10, onder a, maken, zo nodig op verzoek van een verzoeker als bedoeld in artikel 10, onder b, c of d, het voornemen tot het indienen van een verzoek in ieder geval zoveel mogelijk gelijktijdig bekend door middel van:
a. kennisgeving in één of meer in de in artikel 10, onder a bedoelde gemeente verspreiding vindende dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen en voorts op de in die gemeente gebruikelijke wijze;
b. terinzagelegging van het ontwerp van het verzoek met de daarbij behorende stukken op het gemeentehuis van de in artikel 10, onder a, bedoelde gemeente;
c. niet op naam gestelde kennisgeving aan de gebruikers van de woningen of de woonwagenstandplaatsen, het bevoegd gezag van scholen en de directies van de in artikel 4 bedoelde andere gebouwen waarvoor een hogere waarde wordt verzocht.
2. Burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in artikel 10, onder a, stellen een ieder in de gelegenheid gedurende vier weken vanaf de dag waarop het ontwerp van het verzoek ter inzage is gelegd, het ontwerp met de daarbij behorende stukken in te zien en opmerkingen ten aanzien van het ontwerp schriftelijk te maken.
3. Indien het voornemen tot het indienen van een verzoek verband houdt met een toepassing van artikel 52, tweede lid, onder b, van de wetof van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan in afwijking van het tweede lid het ontwerp van het verzoek gedurende twee weken ter inzage worden gelegd.
a. kennisgeving in één of meer in de in artikel 10, onder a bedoelde gemeente verspreiding vindende dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen en voorts op de in die gemeente gebruikelijke wijze;
b. terinzagelegging van het ontwerp van het verzoek met de daarbij behorende stukken op het gemeentehuis van de in artikel 10, onder a, bedoelde gemeente;
c. niet op naam gestelde kennisgeving aan de gebruikers van de woningen of de woonwagenstandplaatsen, het bevoegd gezag van scholen en de directies van de in artikel 4 bedoelde andere gebouwen waarvoor een hogere waarde wordt verzocht.
2. Burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in artikel 10, onder a, stellen een ieder in de gelegenheid gedurende vier weken vanaf de dag waarop het ontwerp van het verzoek ter inzage is gelegd, het ontwerp met de daarbij behorende stukken in te zien en opmerkingen ten aanzien van het ontwerp schriftelijk te maken.
3. Indien het voornemen tot het indienen van een verzoek verband houdt met een toepassing van artikel 52, tweede lid, onder b, van de wetof van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan in afwijking van het tweede lid het ontwerp van het verzoek gedurende twee weken ter inzage worden gelegd.