BWBR0003508
Geldig vanaf 1982-09-01
Artikel 7a
Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen
1. Bij wijziging van een zone of bij herziening van een bestemmingsplan, geldende voor tot de zone behorende gronden, kunnen gedeputeerde staten met toepassing van artikel 50, eerste lid, of artikel 68, eerste lid, van de wet, de ingevolge artikel 4, eerste of tweede lid, of artikel 5, eerste of tweede lid, geldende waarde voor gebouwen in dat gebied, behorend tot de in artikel 4, derde lid, onder a tot en met e, bedoelde categorieën, met ten hoogste 5 dB(A) verhogen, indien de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de te verwachten geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, van de uitwendige scheidingsconstructie van de betrokken gebouwen tot de voordien geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedebouwkundige, landschappelijke of financiële aard.
2. Het eerste lid vindt slechts toepassing indien degene ten behoeve van wie de waarde wordt verhoogd, heeft verklaard dat hij uiterlijk gelijktijdig met de verhoging financiële middelen ter beschikking stelt ten behoeve van de toepassing van maatregelen als bedoeld in artikel 71, tweede lid, van de wetmet betrekking tot gebouwen, die door de wijziging van de zone of herziening van het bestemmingsplan een hogere geluidsbelasting ondervinden.
3. Bij toepassing van het eerste lid mag de waarde niet hoger worden gesteld dan:
1°. 60 dB(A) voor gebouwen, behorende tot de in artikel 4, derde lid, onder a, b, c en d, bedoelde categorieën, en
2°. 55 dB(A) voor gebouwen, behorende tot de in artikel 4, derde lid, onder e, bedoelde categorie.
2. Het eerste lid vindt slechts toepassing indien degene ten behoeve van wie de waarde wordt verhoogd, heeft verklaard dat hij uiterlijk gelijktijdig met de verhoging financiële middelen ter beschikking stelt ten behoeve van de toepassing van maatregelen als bedoeld in artikel 71, tweede lid, van de wetmet betrekking tot gebouwen, die door de wijziging van de zone of herziening van het bestemmingsplan een hogere geluidsbelasting ondervinden.
3. Bij toepassing van het eerste lid mag de waarde niet hoger worden gesteld dan:
1°. 60 dB(A) voor gebouwen, behorende tot de in artikel 4, derde lid, onder a, b, c en d, bedoelde categorieën, en
2°. 55 dB(A) voor gebouwen, behorende tot de in artikel 4, derde lid, onder e, bedoelde categorie.