BWBR0002844
Geldig vanaf 1973-01-01
Artikel 61
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
1. Een beschikking van de Raad of de Sociale verzekeringsbank kan door hem in het nadeel van de bij die beschikking betrokkene worden herzien op grond van gebleken onjuistheid van aan die beschikking ten grondslag gelegde feiten, dan wel op grond van gegevens die niet bekend waren ten tijde van het nemen van die beschikking, en die, zo zij wel bekend waren geweest, tot een andersluidende beschikking zouden hebben geleid. Indien deze herziening zou leiden tot intrekking van het recht op uitkering, wordt de herzieningsbeschikking eerst gegeven nadat de betrokkene door de Sociale verzekeringsbank is gehoord.
2. De Raad of de Sociale verzekeringsbank is bevoegd, op daartoe door of vanwege de belanghebbende gedane aanvraag, een door de Raad of de Sociale verzekeringsbank of door de Centrale Raad van Beroep gegeven beschikking dan wel uitspraak in het voordeel van de bij die beschikking dan wel uitspraak betrokkene te herzien.
3. Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van het tweede lid, is hoofdstuk IVvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 32, derde en vierde lid, en artikel 32a.
2. De Raad of de Sociale verzekeringsbank is bevoegd, op daartoe door of vanwege de belanghebbende gedane aanvraag, een door de Raad of de Sociale verzekeringsbank of door de Centrale Raad van Beroep gegeven beschikking dan wel uitspraak in het voordeel van de bij die beschikking dan wel uitspraak betrokkene te herzien.
3. Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van het tweede lid, is hoofdstuk IVvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 32, derde en vierde lid, en artikel 32a.