BWBR0002830
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 8
Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling
1. In de statuten en reglementen van de rechtspersoon worden bepalingen opgenomen betreffende:
a. de tak van beroep of het deel van de tak van beroep en het deel van het land, waarvoor de beroepspensioenregeling geldt;
b. de doelstelling van de rechtspersoon;
c. het beheer van de rechtspersoon;
d. de wijze, waarop de bestuursleden worden aangewezen;
e. de categorieën van deelnemers en hun aanspraken, rechten en verplichtingen;
f. de aanspraken, rechten en verplichtingen van de deelnemers voor het geval hun verplichting tot het deelnemen ingevolge artikel 2, zesde lid, wordt ingetrokken;
g. de wijze, waarop tegemoet wordt gekomen ten aanzien van personen, die gemoedsbezwaren hebben tegen elke vorm van verzekering;
h. de wijziging van de statuten en reglementen.
2. In de statuten en reglementen van de rechtspersoon, die als beroepspensioenfonds de beroepspensioenregeling zal uitvoeren, worden bovendien bepalingen opgenomen betreffende:
a. de inkomsten van het fonds;
b. de belegging van de gelden;
c. de liquidatie van het fonds, met name ook wat betreft de verplichtingen van de liquidateurs en de bestemming van de bezittingen van het fonds;
d. de wijziging van de aanspraken, rechten en verplichtingen van de deelnemers, gewezen deelnemers en overige belanghebbenden in gevallen, waarin de financiële toestand van het fonds daartoe aanleiding geeft.
3. Onze Minister kan met betrekking tot het eerste en tweede lid nadere regels vaststellen.
a. de tak van beroep of het deel van de tak van beroep en het deel van het land, waarvoor de beroepspensioenregeling geldt;
b. de doelstelling van de rechtspersoon;
c. het beheer van de rechtspersoon;
d. de wijze, waarop de bestuursleden worden aangewezen;
e. de categorieën van deelnemers en hun aanspraken, rechten en verplichtingen;
f. de aanspraken, rechten en verplichtingen van de deelnemers voor het geval hun verplichting tot het deelnemen ingevolge artikel 2, zesde lid, wordt ingetrokken;
g. de wijze, waarop tegemoet wordt gekomen ten aanzien van personen, die gemoedsbezwaren hebben tegen elke vorm van verzekering;
h. de wijziging van de statuten en reglementen.
2. In de statuten en reglementen van de rechtspersoon, die als beroepspensioenfonds de beroepspensioenregeling zal uitvoeren, worden bovendien bepalingen opgenomen betreffende:
a. de inkomsten van het fonds;
b. de belegging van de gelden;
c. de liquidatie van het fonds, met name ook wat betreft de verplichtingen van de liquidateurs en de bestemming van de bezittingen van het fonds;
d. de wijziging van de aanspraken, rechten en verplichtingen van de deelnemers, gewezen deelnemers en overige belanghebbenden in gevallen, waarin de financiële toestand van het fonds daartoe aanleiding geeft.
3. Onze Minister kan met betrekking tot het eerste en tweede lid nadere regels vaststellen.