BWBR0002830
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 15
Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling
1. Het bestuur van de rechtspersoon zorgt, dat de belanghebbenden in het bezit worden gesteld van de geldende statuten en reglementen van de rechtspersoon.
2. Het bestuur van de rechtspersoon verstrekt op verzoek aan de deelnemer en de gewezen deelnemer binnen drie maanden een opgave van de hoogte van de opgebouwde aanspraken.
Het bestuur van de rechtspersoon kan een vergoeding vragen van de aan de opgave verbonden kosten.
3. Jaarlijks verstrekt het bestuur van de rechtspersoon de beroepsgenoot een opgave van de aan het desbetreffende of voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001en de daarop berustende bepalingen. Het eerste jaar waarover de opgave van de waardeaangroei van de pensioenaanspraken als bedoeld in de eerste volzin wordt verstrekt is 2001.
4. Het bestuur van de rechtspersoon verstrekt op verzoek van de beroepsgenoot een opgave van de over de jaren 1994 tot en met 2000 toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001en de daarop berustende bepalingen.
2. Het bestuur van de rechtspersoon verstrekt op verzoek aan de deelnemer en de gewezen deelnemer binnen drie maanden een opgave van de hoogte van de opgebouwde aanspraken.
Het bestuur van de rechtspersoon kan een vergoeding vragen van de aan de opgave verbonden kosten.
3. Jaarlijks verstrekt het bestuur van de rechtspersoon de beroepsgenoot een opgave van de aan het desbetreffende of voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001en de daarop berustende bepalingen. Het eerste jaar waarover de opgave van de waardeaangroei van de pensioenaanspraken als bedoeld in de eerste volzin wordt verstrekt is 2001.
4. Het bestuur van de rechtspersoon verstrekt op verzoek van de beroepsgenoot een opgave van de over de jaren 1994 tot en met 2000 toe te rekenen waardeaangroei van pensioenaanspraken overeenkomstig artikel 3.127 van de Wet inkomstenbelasting 2001en de daarop berustende bepalingen.