BWBR0002611
Geldig vanaf 1968-01-01
Artikel 8
Natuurbeschermingswet
1. Alvorens tot aanwijzing over te gaan besluit Onze Minister bij beschikking, waarin de kadastrale aanduiding van de desbetreffende onroerende zaken staat vermeld, dat deze aanwijzing in overweging is.
2. Onze Minister kan in geval van dringende noodzaak bij zijn in het eerste lid bedoelde beschikking dan wel bij nadere beschikking bepalen, dat onverwijld alle of de in de beschikking genoemde rechtsgevolgen intreden, welke de wet aan de aanwijzing als beschermd natuurmonument verbindt. Met betrekking tot een nadere beschikking als in de vorige zin bedoeld is artikel 9, eerste lid, voor zoveel nodig van overeenkomstige toepassing.
3. Deze rechtsgevolgen houden op te gelden, zodra en voor zover Onze Minister bij beschikking besluit niet tot aanwijzing over te gaan, doch in ieder geval na verloop van een jaar na het nemen van de in het eerste lid bedoelde beschikking.
2. Onze Minister kan in geval van dringende noodzaak bij zijn in het eerste lid bedoelde beschikking dan wel bij nadere beschikking bepalen, dat onverwijld alle of de in de beschikking genoemde rechtsgevolgen intreden, welke de wet aan de aanwijzing als beschermd natuurmonument verbindt. Met betrekking tot een nadere beschikking als in de vorige zin bedoeld is artikel 9, eerste lid, voor zoveel nodig van overeenkomstige toepassing.
3. Deze rechtsgevolgen houden op te gelden, zodra en voor zover Onze Minister bij beschikking besluit niet tot aanwijzing over te gaan, doch in ieder geval na verloop van een jaar na het nemen van de in het eerste lid bedoelde beschikking.