BWBR0002611
Geldig vanaf 1968-01-01
Artikel 21
Natuurbeschermingswet
1. Onze Minister kan, burgemeester en wethouders der gemeente en gedeputeerde staten der provincie gehoord, bij beschikking een natuurmonument, dat eigendom is van de Staat, aanwijzen als staatsnatuurmonument en een zodanige aanwijzing geheel of gedeeltelijk intrekken.
2. Indien over een natuurmonument, dat eigendom is van de Staat, zich de bemoeienis uitstrekt van een ander departement van algemeen bestuur dan waarvan Onze Minister het hoofd is, neemt deze een beschikking als bedoeld in het eerste lid in overeenstemming met Onze Minister, hoofd van dat andere departement.
3. Het beheer van een staatsnatuurmonument is gericht op het behoud of het herstel van het natuurschoon of van de natuurwetenschappelijke betekenis.
4. Ten aanzien van een staatsnatuurmonument is het bepaalde bij artikel 16, eerste lid en tweede lid, onder b en c, en artikel 17van overeenkomstige toepassing.
5. Onze Minister doet van een beschikking als bedoeld in het eerste lid mededeling in de <em>Staatscourant</em>.
2. Indien over een natuurmonument, dat eigendom is van de Staat, zich de bemoeienis uitstrekt van een ander departement van algemeen bestuur dan waarvan Onze Minister het hoofd is, neemt deze een beschikking als bedoeld in het eerste lid in overeenstemming met Onze Minister, hoofd van dat andere departement.
3. Het beheer van een staatsnatuurmonument is gericht op het behoud of het herstel van het natuurschoon of van de natuurwetenschappelijke betekenis.
4. Ten aanzien van een staatsnatuurmonument is het bepaalde bij artikel 16, eerste lid en tweede lid, onder b en c, en artikel 17van overeenkomstige toepassing.
5. Onze Minister doet van een beschikking als bedoeld in het eerste lid mededeling in de <em>Staatscourant</em>.