BWBR0002611
Geldig vanaf 1968-01-01
Artikel 14
Natuurbeschermingswet
1. Onze Minister kan in overeenstemming met de eigenaar en de gebruiker, telkens voor een periode van ten hoogste drie jaren voor een beschermd natuurmonument of een deel daarvan een beheersplan vaststellen, dat het behoud of het herstel van het natuurschoon of van de natuurwetenschappelijke betekenis ten doel heeft. Bij de vaststelling van een beheersplan, waaraan voor de betrokkene kosten of lasten zijn verbonden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen, kent Onze Minister hem op zijn verzoek een uitkering toe.
2. Onze Minister doet de eigenaar en de gebruiker bij aangetekende brief mededeling van het vastgestelde beheersplan. Hij brengt het mede ter kennis van gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders.
3. De eigenaar en de gebruiker dragen zorg voor de naleving van het beheersplan, ieder voor zover zulks uit de aard van zijn recht voortvloeit.
2. Onze Minister doet de eigenaar en de gebruiker bij aangetekende brief mededeling van het vastgestelde beheersplan. Hij brengt het mede ter kennis van gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders.
3. De eigenaar en de gebruiker dragen zorg voor de naleving van het beheersplan, ieder voor zover zulks uit de aard van zijn recht voortvloeit.