BWBR0002611
Geldig vanaf 1968-01-01
Artikel 16
Natuurbeschermingswet
1. Het is verboden een beschermd natuurmonument te verontreinigen, daarin planten, bloemen of takken uit te steken, te plukken, af te snijden of te vervoeren, dieren te verontrusten, te vangen of te doden of zulks te pogen of in het algemeen daarin schade aan de natuur toe te brengen.
2. Dit verbod geldt niet:
a. voor de eigenaar en de gebruiker en hun huisgenoten, onverminderd het bij de artikelen 12 en 14, derde lid, bepaalde;
b. voor derden, voor zover zij handelingen verrichten, die het gevolg zijn van de uitvoering van een overeenkomst, welke de eigenaar of de gebruiker met hen heeft aangegaan vóór de aanwijzing als beschermd natuurmonument dan wel na de aanwijzing met inachtneming van de uit de artikelen 12 en 14 voor hem voortvloeiende verplichtingen;
c. voor derden, voor zover zij handelingen verrichten, waarvoor Onze Minister ontheffing heeft verleend.
2. Dit verbod geldt niet:
a. voor de eigenaar en de gebruiker en hun huisgenoten, onverminderd het bij de artikelen 12 en 14, derde lid, bepaalde;
b. voor derden, voor zover zij handelingen verrichten, die het gevolg zijn van de uitvoering van een overeenkomst, welke de eigenaar of de gebruiker met hen heeft aangegaan vóór de aanwijzing als beschermd natuurmonument dan wel na de aanwijzing met inachtneming van de uit de artikelen 12 en 14 voor hem voortvloeiende verplichtingen;
c. voor derden, voor zover zij handelingen verrichten, waarvoor Onze Minister ontheffing heeft verleend.