BWBR0002538
Geldig vanaf 1966-10-31
Artikel 7
Wet schade oesterkwekers
1. De tegemoetkoming in de belastingschade is gelijk aan het bedrag, dat de oesterkweker over de in de artikelen 5en 6bedoelde tegemoetkomingen en over de overigens met de liquidatie van zijn oesterbedrijf behaalde winst in de boekjaren, waartoe onderscheidenlijk behoren 1 januari van de kalenderjaren 1963 tot en met 1967, meer aan inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting moet betalen dan het geval zou zijn geweest, indien die tegemoetkomingen en die winst gelijkmatig over een aantal jaren zouden zijn verdeeld.
2. De belasting over de in de artikelen 5en 6bedoelde tegemoetkomingen en over de in het eerste lid bedoelde overigens behaalde winst, verschuldigd bij gelijkmatige verdeling overeenkomstig dat lid wordt gesteld op acht maal het verschil tussen enerzijds de belasting over de som van:
a. de gemiddeld over de jaren 1958 tot en met 1962 buiten het oesterbedrijf jaarlijks genoten winsten en inkomsten en
b. de geschatte jaarlijkse opbrengsten van vrijkomend kapitaal en van vrijkomende arbeid, bedoeld in artikel 6,
en anderzijds de belasting over de onder aen bbedoelde bedragen, nadat deze bedragen zijn vermeerderd met een tiende deel van de winst, behaald door de toekenning van de in artikel 5bedoelde tegemoetkoming, een achtste deel van de in artikel 6bedoelde tegemoetkoming en een tiende deel van de in het eerste lid bedoelde overigens behaalde winst.
3. De in het tweede lid bedoelde belasting wordt berekend naar de omstandigheden en tarieven aan het einde van het eerste jaar, waarin de in de artikelen 5en 6bedoelde tegemoetkomingen tot de fiscale winst van de oesterkweker bijdragen.
2. De belasting over de in de artikelen 5en 6bedoelde tegemoetkomingen en over de in het eerste lid bedoelde overigens behaalde winst, verschuldigd bij gelijkmatige verdeling overeenkomstig dat lid wordt gesteld op acht maal het verschil tussen enerzijds de belasting over de som van:
a. de gemiddeld over de jaren 1958 tot en met 1962 buiten het oesterbedrijf jaarlijks genoten winsten en inkomsten en
b. de geschatte jaarlijkse opbrengsten van vrijkomend kapitaal en van vrijkomende arbeid, bedoeld in artikel 6,
en anderzijds de belasting over de onder aen bbedoelde bedragen, nadat deze bedragen zijn vermeerderd met een tiende deel van de winst, behaald door de toekenning van de in artikel 5bedoelde tegemoetkoming, een achtste deel van de in artikel 6bedoelde tegemoetkoming en een tiende deel van de in het eerste lid bedoelde overigens behaalde winst.
3. De in het tweede lid bedoelde belasting wordt berekend naar de omstandigheden en tarieven aan het einde van het eerste jaar, waarin de in de artikelen 5en 6bedoelde tegemoetkomingen tot de fiscale winst van de oesterkweker bijdragen.