Artikel 1
Deze wet verstaat onder:
1e. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
2e. oesterkweker: de huurder van een in de Zeeuwse stromen gelegen en voor de oesterteelt gebezigd visserijperceel, degene die met toestemming van het bestuur der Visserijen op de Zeeuwse Stromen in de plaats van de huurder het feitelijk genot van een zodanig visserijperceel geheel of ten dele heeft, de vennoot van een maatschap tot uitoefening van een oesterbedrijf, wiens medevennoot huurder is van een zodanig visserijperceel en de winner van oesterbroed;
3e. oesterbedrijf: een tot de onderneming van de oesterkweker behorend bedrijf, waarin oesters worden gekweekt, of tevens oesters worden verhandeld dan wel andere handelingen in samenhang hiermede worden verricht.
1e. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
2e. oesterkweker: de huurder van een in de Zeeuwse stromen gelegen en voor de oesterteelt gebezigd visserijperceel, degene die met toestemming van het bestuur der Visserijen op de Zeeuwse Stromen in de plaats van de huurder het feitelijk genot van een zodanig visserijperceel geheel of ten dele heeft, de vennoot van een maatschap tot uitoefening van een oesterbedrijf, wiens medevennoot huurder is van een zodanig visserijperceel en de winner van oesterbroed;
3e. oesterbedrijf: een tot de onderneming van de oesterkweker behorend bedrijf, waarin oesters worden gekweekt, of tevens oesters worden verhandeld dan wel andere handelingen in samenhang hiermede worden verricht.