BWBR0002538
Geldig vanaf 1966-10-31
Artikel 6
Wet schade oesterkwekers
1. De tegemoetkoming in de bedrijfsschade wordt vastgesteld op acht maal het verschil tussen het gemiddelde van de naar bedrijfseconomische maatstaven bepaalde winsten, in het oesterbedrijf behaald in de in artikel 3, eerste lid, onder b, bedoelde boekjaren en de geschatte jaarlijkse opbrengsten van het vrijkomende kapitaal en van de vrijkomende arbeid van de oesterkweker bij beëindiging van het oesterbedrijf. Bedraagt het aantal boekjaren, waarin het oesterbedrijf werd uitgeoefend, minder dan 5, dan wordt aan de ontbrekende jaren een door schatting te bepalen winstbedrag toegerekend.
2. In gevallen waarin de winst bedoeld in het eerste lid buiten de wil van de oesterkweker door bijzondere, persoonlijke omstandigheden ongunstig is beïnvloed en toepassing van dat lid tot onbillijkheid zou leiden, kan aan de berekening van de tegemoetkoming een hogere winst dan uit dat lid volgt ten grondslag worden gelegd.
3. In geval van beëindiging van het oesterbedrijf kan de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming worden verhoogd met een bedrag voor de uitgaven, welke de oesterkweker uit hoofde van verplichtingen, die op 31 december 1962 bestonden en tot het op dat tijdstip geldende bedrag, na beëindiging verschuldigd is met betrekking tot andere dan de in artikel 5bedoelde goederen, die hij voor de uitoefening van zijn oesterbedrijf gebruikte.
2. In gevallen waarin de winst bedoeld in het eerste lid buiten de wil van de oesterkweker door bijzondere, persoonlijke omstandigheden ongunstig is beïnvloed en toepassing van dat lid tot onbillijkheid zou leiden, kan aan de berekening van de tegemoetkoming een hogere winst dan uit dat lid volgt ten grondslag worden gelegd.
3. In geval van beëindiging van het oesterbedrijf kan de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming worden verhoogd met een bedrag voor de uitgaven, welke de oesterkweker uit hoofde van verplichtingen, die op 31 december 1962 bestonden en tot het op dat tijdstip geldende bedrag, na beëindiging verschuldigd is met betrekking tot andere dan de in artikel 5bedoelde goederen, die hij voor de uitoefening van zijn oesterbedrijf gebruikte.