BWBR0002503
Geldig vanaf 1966-03-01
Artikel 9
Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen
1. Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van artikel 2, tweede lid, van de wet, een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge paragraaf 2een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter en de houder op wie de verplichting tot verzekering niet rust.
2. Het is verboden om als bestuurder met een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge het bepaalde in paragraaf 2een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn.
3. Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van artikel 2, tweede lid, van de wet, een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, waarop ingevolge paragraaf 2een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter en de houder op wie de verplichting tot verzekering niet rust.
4. Het is verboden om als bestuurder met een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, waarop ingevolge het bepaalde in paragraaf 2een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn.
2. Het is verboden om als bestuurder met een gehandicaptenvoertuig, waarop ingevolge het bepaalde in paragraaf 2een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanig gehandicaptenvoertuig deel te nemen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn.
3. Het is verboden om als bezitter dan wel als houder in de zin van artikel 2, tweede lid, van de wet, een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, waarop ingevolge paragraaf 2een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te doen rijden of te laten staan of toe te laten dat daarmee op een weg wordt gereden of gestaan, of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen of toe te laten dat daarmee wordt deelgenomen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn. Het voorgaande is niet van toepassing jegens de bezitter en de houder op wie de verplichting tot verzekering niet rust.
4. Het is verboden om als bestuurder met een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, waarop ingevolge het bepaalde in paragraaf 2een bewijs van verzekering moet zijn bevestigd, op een weg te rijden of te staan of buiten een weg met zodanige bromfiets deel te nemen aan het verkeer zonder dat een geldig bewijs van verzekering op de voorgeschreven wijze op de bromfiets is bevestigd of indien de letters en cijfers van het bewijs van verzekering niet goed zichtbaar zijn.