BWBR0002503
Geldig vanaf 1966-03-01
Artikel 2
Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen
1. Behoudens het bepaalde in artikel 6moet de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij zich hebben:
a. een geldig bewijs van verzekering, welke op de in artikel 3, eerste lid, voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd en welke behoort bij de verzekering, bedoeld onder b; alsmede
b. een document waaruit blijkt dat met betrekking tot het door hem bestuurde gehandicaptenvoertuig een verzekering overeenkomstig de wet van kracht is.
2. Het bewijs van verzekering en het document, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt door de verzekeraar.
a. een geldig bewijs van verzekering, welke op de in artikel 3, eerste lid, voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd en welke behoort bij de verzekering, bedoeld onder b; alsmede
b. een document waaruit blijkt dat met betrekking tot het door hem bestuurde gehandicaptenvoertuig een verzekering overeenkomstig de wet van kracht is.
2. Het bewijs van verzekering en het document, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt door de verzekeraar.